|
3. RUIMTELIJKE CONTEXT | |
|
3.1. Situering van het gebied Het industriegebied is gelegen tussen het erkend natuurreservaat/beschermd landschap ‘Hobokense Polder’ enerzijds en de spoorlijn van Antwerpen naar Boom en de Schroeilaan anderzijds. Het gebied is volledig gelegen in het district Hoboken van de stad Antwerpen. Vanwege het belang en potenties van het ruimere gebied op ecologisch vlak is het belangrijk om voorafgaandelijk de historiek te schetsen van de Hobokense Polder – Polderstad. Kaart 11: Bestaande ruimtelijke structuur 3.2. Historiek Hobokense Polder - Polderstad 3.2.1. Vooroorlogse periode Tot 1940 was de Hobokense Polder nog een rijk en uitgestrekte polderlandschap met een totaal oppervlakte van meer dan 220 ha. Als cultuurlans zijn vooral de polderweiden te vermelden, voorzien van een stelsel bemalinggrachten en enkele knotwilgenrijen. Ook de huidige populieraanplanting bleek toen reeds gedeeltelijk aanwezig te zijn. In het noordwestelijk deel van de polder, grenzend aan de stad Antwerpen, bevond zich een uitgebreid moerasland. Het Rietveld naast de Oude Boomgaard is hiervan wellicht een restant. Langs de oude Scheldedijk (nu Scheldedijkwegel) bevonden zich relatief uitgestrekte slikken en schorren. 3.2.2. Naoorlogse periode In de naoorlogse periode kende de Hobokense Polder zijn echt verval. Slikken en schorren verdwenen snel na WOII door een dijkverbreding. Her en der verrezen storten, legale en illegale, en de waterkwaliteit van de vele grachten ging zienderogen achteruit. Tijdens de jaren 1955 tot 1970 verdween de polder dan onder een meters dikke laag grondspecie afkomstig van de E3-werken rond Antwerpen. Naar schatting werd in totaal 3 miljoen m³ grondspecie, puin en huishoudelijk afval aangevoerd. Deze ingreep was nodig om het gebied geschikt te maken voor een grootschalig bouwproject ‘Polderstad’ dat een sport- en industriezone, een winkelcentrum en 3000 woongelegenheden zou omvatten. Door de crisis in de bouwsector werden enkel de industriezone en de eerste twee van de vijf fasen in de woonzone gerealiseerd. Een ander restant uit deze periode bestaat uit het tracé en de berm van de spoorweg die aftakte ter hoogte van Resibel NV in de richting van Petroleum Zuid. De sporen van deze lijn zijn vandaag grotendeels opgebroken. Door deze crisis kon de rest van het gebied uitgroeien tot een waardevol natuurgebied. De laatste opstorting dateert van begin jaren tachtig door de bekende verwerker van giftig afval Van den Bosch. Een kordaat optreden van de WOHP voorkwam in 1981 de volledige vernietiging van de aan het stort grenzende Oude Boomgaard. De uitbouw van het prestigieuze Polderstadproject, gestart in 1973, geraakte vanaf 1980 in het slop. Een aanzienlijk terrein bleef hierdoor van bebouwing gevrijwaard en kon zich quasi ongestoord ontwikkelen. Het centrale gedeelte, dat wat lager gelegen was, evolueerde mettertijd tot een bijzonder waardevol moerasland. Uiteindelijk is van het in oorsprong 330ha grote gebied ongeveer 170ha overgebleven.
Spoedig ontwikkelde zich hier een pioniersvegetatie en ontstonden diverse plassen waar rond een weelderige oevervegetatie tot stand kwam. Door de vele milieugradiënten ontstonden heel diverse biotopen (open water – wilgenbroekbos – rietland – overgangsveen – kalkrijke delen - …) en groeide dit geheel uit tot een zeer waardevol moerasbiotoop met rijke fauna en flora. 3.2.3. Huidige situatie De huidige ‘polder’ is dus een betrekkelijk jong natuurgebied; slechts enkele delen bevinden zich op het oorspronkelijke polderniveau:
In de populierenaanplant en de oude volkstuintjes is de oude perceelsstructuur nog herkenbaar. Op de opgehoogde delen daarentegen niet meer; hier vinden we een natuurlijk ontwikkelde vegetatiestructuur die nergens wijst op antropogene invloeden. In de jaren zeventig was een overwegend open structuur karakteriserend. De open ruimten zijn inmiddels grotendeels ingenomen door wilg en in mindere mate zwarte els en berk, met een duidelijke verbossing tot gevolg. De laatste jaren nemen ook zomereik, es en Amerikaanse vogelkers in aantal toe. Ook een gestage verlanding van de ondiepe plassen heeft bijgedragen tot een veeleer gesloten structuur. 3.3. Analyse van de ruimtelijke context 3.3.1. Ruimtelijk-natuurlijke structuur Fysische kenmerken Omwille van de plaatselijk zeer ongelijkmatige opstortingen in het gebied is er een zeer grote verscheidenheid in reliëf die het haast onmogelijk maakt om een duidelijke en gedetailleerde beschrijving te geven. De populierenaanplanting nabij het industriegebied ligt over het algemeen echter ruim één meter lager dan de rest van het gebied. Het microreliëf ontstaan als gevolg van de ongelijkmatige opstorting geeft aanleiding tot het ontstaan van nat-droog gradiënten. De bovenste bodemlagen in de populierenaanplant bestaat grotendeels uit alluvium, een relatief ondoorlatende laag bestaande uit kleigronden en veen. Hieronder bevindt zich het watervoerend kwartair zandcomplex welk rust op de ondoorlatende Boomse klei. Tot op heden werd er nog geen diepgaand onderzoek uitgevoerd naar de hydrologie van het gebied. Wel kan aan de hand van waarnemingen en enkele boringen op geringe diepte afgeleid worden dat de Hobokense Polder voornamelijk afhankelijk is van de neerslag. De aanwezigheid of het voorkomen van kwel is tot heden niet aangetoond. De grote verschillen in waterpeil tussen winter en zomer duiden eveneens op afwezigheid van kwel. De rode kleur van enkele afvoergrachten in de populierenaanplanting kunnen erop wijzen dat hier lokaal wel kwel optreedt. De oppervlakkige afvloeiing van het water gebeurt in noordelijke richting; via de Leigracht wordt het water terug in zuidelijke richting vervoerd. De aanwezigheid van enkele afvoergrachten zorgt ervoor dat het water vrij snel uit het gebied wordt geleid. Flora en Fauna Er werd in de Hobokense Polder intensief onderzoek verricht naar vogels, zoogdieren, amfibieën en bepaalde groepen van insecten. De gekende aanwezige zoogdieren zijn o.a. konijn, wezel, bunzing, bruine rat, muskusrat en tal van muizen en spitsmuizen. Het gebied is door zijn waterrijk karakter belangrijk voor meerdere amfibiesoorten, zoals groene kikker, bruine kikker, gewone pad, alpenwatersalamander en kleine watersalamander. De Hobokense Polder speelt een belangrijke rol in de Antwerpse avifauna. Tijdens de prille ontwikkelingsjaren van het gebied werd het gebied gekenmerkt door een opvallende grote diversiteit aan biotopen en daaruit voortvloeiend een erg verscheiden flora en avifauna. Na verloop van tijd treedt er echter een zekere uniformiteit op waardoor ook de vogelpopulaties een uniformer karakter krijgen. Door deze steeds groter wordende uniformiteit verkrijgen we tevens meer stabiele populaties. De meeste in Vlaanderen voorkomende eendensoorten kunnen in het gebied broedend aangetroffen worden. Verder komen tal van moerasvogels, roofvogels, … voor in het gebied. De aanplanting van populieren is ongeveer één meter lager gelegen dan de rest van de polder. Deze monocultuur van canadapopulier vertoont, sinds de staking van de traditionele onderhoudsactiviteiten (start Polderstadproject), een gevarieerde opslag van zomereik, wilg, meidoorn, vlier, hondsroos, braam, Amerikaanse vogelkers en hazelaar. Op enkele plaatsen, waar de WHOP een sterke dunning van populieren uitvoerde, is dit opvallend. Het oudere gedeelte vertoont vooral een dichte struikbegroeiing van gewone vlier naast aangeplante sparrenboompjes. De kruidenlaag wordt deels gevormd door een vegetatie van Grote brandnetel, hondsdraf en kleefkruid en deels door grasland (met o.a. gestreepte witbol, glanshaver, kropaar, vogelmelk, …). Aan de rand komt geel nagelkruid, heggenwikke, klein springzaad en poelruit voor. In de aanwezige grachten duikt, naast riet, grote wederik, e.a. sporadisch ook de waterviolier op. Interpretatie ruimtelijke natuurlijke structuur
3.3.1.3.1. Waarden en potenties Het gehele gebied is ecologisch waardevol tot zeer waardevol te noemen. Het landschap is bijzonder gevarieerd en de soortenrijkdom is heel hoog. Een aantal biotopen zijn van bovenlokaal belang, meer in het bijzonder de moerasachtige delen van het gebied. Het uitzonderlijk waardevol karakter wordt nog bijkomend versterkt door de verstedelijkte omgeving. Het gebied tussen de Grote Leigracht en de Schroeilaan is van minder ecologisch belang, maar bezit wel mogelijkheden op het vlak van een verdere natuurontwikkeling. 3.3.1.3.2. Knelpunten : Impact van de mens op de ruimtelijk natuurlijke structuur De invloed vanwege de mens op de ruimtelijk-natuurlijke structuur heeft te maken met de voorgeschiedenis van het gebied zelf, haar ligging in een grootstedelijk gebied en ten slotte de ligging van een klein industriegebied aan de grens. -De voorgeschiedenis van het gebied (zie 3.2.) met grootschalige stortactiviteiten, heeft als gevolg dat er een grondige verstoring is opgetreden van het natuurlijk milieu: verstoorde waterhuishouding, vernietiging van de oorspronkelijke biotoop (polder), en een belangrijke bodemverontreiniging, … Andere menselijke activiteiten in het gebied hebben eveneens een beperktere invloed gehad, zoals aanplanting van monoculturen, volkstuintjes, … -Door de ligging van De Hobokense Polder in het grootstedelijk gebied Antwerpen, heeft het natuurgebied een duidelijke sociale functie 3. Het gebied dient dan ook steeds toegankelijk te blijven voor het publiek. Toch zal een compromis moeten worden gezocht tussen natuurwetenschappelijke belangen en sociale belangen. Sinds kort worden de bezoekers gewezen op het naleven van bepaalde regels; zoals beperkte toegang (enkel op gemarkeerde wandelpaden), verboden voor fietsers en brommers, verboden te vissen, honden aan de leiband. Er wordt echter nauwelijks controle uitgevoerd op het naleven van deze regels. Dit resulteert in een ongecontroleerde situatie, waarbij alle opgesomde activiteiten wel worden uitgevoerd en waartegen van overheidswege niet wordt opgetreden. Hierdoor ontstaat een te hoge recreatiedruk die ene zware hypotheek legt op het gehele gebied. De verhoging van de recreatiedruk door de aanleg van een bewegwijzerd toeristisch fietspad langsheen de Schroeilaan is beperkter dan wanneer men gekozen zou hebben voor het plan dat ooit ter sprake lag om dit fietspad langsheen de Scheldedijk te leggen. -De nabije ligging van een aantal industriegebieden in het algemeen, én voor dit onderzoek het industriegebied van Resibel in het bijzonder, geeft allerlei conflicten tot gevolg tussen de natuur en economische bedrijvigheid. Deze hinder heeft te maken met zonevreemde bedrijvigheid in het natuurgebied; enerzijds de firma Geerts die na de gewestplanwijziging in een natuurgebied is komen te liggen én anderzijds de firma’s De Reyt en Heymann’s die occasioneel de rand van het natuurgebied gebruiken voor opslag van goederen. Overige hinder is de visuele hinder vanuit het natuurgebied en de lozing van milieuhinderlijke stoffen. Dit laatste is ten aanzien van de firma Resibel beperkt te noemen; de lozingen gebeuren namelijk thans rechtstreeks in de riolering. Slechts sporadisch, bij extreme regenhoeveelheden (ca. 4x per jaar), moet het overstort in werking treden. Het overstort is voorzien van een olie-afscheider. -Een deel van het potentieel natuurontwikkelingsgebied is gelegen buiten het natuurreservaat en beschermd landschap (Geerts én het gebied tussen Resibel en Geerts). Door dit onbestemde karakter is noch een geplande natuurontwikkeling, noch een geplande economisch ontwikkeling mogelijk in dit gebied. Kaart 12: Interpretatie ruimtelijk-natuurlijke structuur 3.3.2. Ruimtelijk-economische structuur Het industriegebied wordt gekenmerkt door een vrij goede ontsluiting. Het terrein is vlot bereikbaar en gelegen op ca. 3 km van de Antwerpse Ring. Het vervoer van leveringen en van afgewerkte producten kan ongestoord verlopen, behalve tijdens de spitsuren op de Antwerpse Ring. Door de ligging van Resibel in Antwerpen, kan een centrale positie bekomen worden ten aanzien van de leveranciers en de afzetmarkten. De toeleveranciers voor gereedschappen en catering, alsook onderhouds- en herstellingswerken zijn gevestigd in het centrum van de deelgemeente Hoboken. Bovendien is het station van Hoboken gelegen op 500 m van het bedrijf. Ondanks het feit dat de industriezone afgescheiden is van een groot deel van Hoboken, door de tussenliggende spoorweg, is er toch een vlotte voetgangers-fietsersverbinding via de voetgangersbrug ter hoogte van het bedrijf Resibel. De interne circulatie van de goederenflow is voor verbetering vatbaar (zie ook 2.8) Het bedrijf heeft een vrij compacte structuur, waardoor slechts een beperkte ruimte dient te worden ingenomen. Kaart 13: Interpretatie ruimtelijk-economische structuur
|

