3.3 Andere beleidsplannen

 

3.3.1 Routeplan 2030: Regionaal mobiliteitsplan Vervoerregio Antwerpen (april 2020)

 

Het Routeplan 2030 is het multimodaal mobiliteitsplan voor de Vervoerregio Antwerpen. Deze regio bestaat uit 32 gemeenten. Het geïntegreerd mobiliteitsplan ondersteunt maximaal de shift naar duurzame modaliteiten met als ultieme doel om de bereikbaarheid en leefbaarheid in de regio op een duurzame manier te waarborgen. Het mobiliteitsplan geeft invulling aan het mobiliteitsbeleid dat op regionaal niveau zal worden (uit)gevoerd en geeft kader aan het lokale mobiliteitsbeleid.

 

De visienota ‘Samen vooruit’ werd in juni 2018 goedgekeurd. Hierin werden de doelen en 10 ambities voor Vervoerregio Antwerpen gedefinieerd. De belangrijkste doelstelling is het behalen van een modal split van 50/50 (maximum 50% van de verplaatsingen met de auto) tegen 2030. De strategieën zijn verder uitgewerkt in de plannota Routeplan 2030 waarvan de ontwerpversie in april 2020 werd goedgekeurd door de Vervoerregioraad.

 

In het Routeplan 2030 is de visie op een samenhangend en gelaagd systeem bestaande uit mobiliteitsknopen en netwerken (fiets, openbaar vervoer, auto, vracht) bepaald, en dit volgens het decreet ‘Basisbereikbaarheid’. Daarnaast is er vorm gegeven aan de invulling van ‘ruimte en nabijheid’, ‘sturen van gebruik’ en nodige samenwerkingsvormen. Dit geheel resulteert in een evaluatiekader en een programma van maatregelen.

 

Concreet in functie van voorliggend RUP zal de aangrenzende P+R Luchtbal functioneren als een ‘instappunt’ van het sneltramnetwerk gezien deze direct is aangesloten op het hoofdwegennet. De P+R bevindt zich in de ‘Urbane Zone’ waarin een ring van regionale mobiliteitsknooppunten vanuit elke windrichting wordt voorzien.

 

Verder faciliteert de Vervoerregio het collectief busvervoer in het havengebied van Antwerpen. Dit is uitgewerkt in het vervoer op maat-plan als onderdeel van het nieuwe OV-plan 2021. Hierbij zal het collectief busvervoer via de mobiliteitsknopen verknopen aan het regionale openbaar-vervoernet, zoals de sneltram, zodat werknemers ook zelf op een duurzame manier de haven kunnen bereiken. Als laatste wordt binnen het Minder Hinder-plan van Oosterweel gewerkt aan de verknoping aan de mobiliteitsknoop Luchtbal dat het station Noorderdokken (treinnet) en Havana met de P+R Luchtbal tot één knoop opwaardeert.

 

 

3.3.2 Ontwerp bestuursakkoord Antwerpen 2019-2024

 

In het bestuursakkoord Antwerpen wordt in functie van de Havanasite het volgende gezegd:

 

In het kader van de ontbussing van onze stad werken we op termijn aan busterminals, bijvoorbeeld op het mobiliteitsknooppunt Schijnpoort en Havanasite, waar we specifiek de private internationale buslijnen naar afleiden. In de tussentijd zoeken we in overleg met de actoren naar bruikbare oplossingen.

 

 

3.3.3 Beleidsplan Mobiliteit: Antwerpen actief en bereikbaar 2020 I 2025 I 2030

 

Het beleidsplanplan is een verbreding en verdieping van het Mobiliteitsplan Antwerpen dat in februari 2005 werd vastgesteld. Er werd met name gekozen voor verbreding en verdieping van zeven thema’s:

  • Grote infrastructuurprojecten;

  • Openbaar vervoersnetwerk;

  • Categorisering van wegen en straten;

  • Parkeren en stallen voor fiets en auto;

  • Kernstad;

  • Verfietsing van de stad;

  • Milieu, energie en gezondheid.

 

Antwerpen streeft met het stedelijke mobiliteitsbeleid naar een bereikbare en actieve stad. De belangrijkste uitdagingen zijn een snel groeiende bevolking en een economie die moet kunnen meegroeien. Om dit te kunnen bereiken zet de stad in op het efficiënt mogelijk benutten van de beschikbare ruimte. Financiële en technologische middelen worden zo gericht mogelijk ingezet.

 

In samenwerking met hogere overheden streeft de stad naar sterke netwerken voor de verschillende modi die stad en haven optimaal bereikbaar maken. Vanuit een heldere wegenhiërarchie streeft de stad naar een sterk stadsnetwerk.

 

Nabij het plangebied zijn de A12 en de E19 aangeduid als hoofdweg. De Noorderlaan, Havanastraat en Ekersesteenweg zijn aangeduid als onderliggend wegennet.

 

 

 [image]

Hoofdwegennet (Bron: mobiliteitsplan Antwerpen)

 

In de figuur van het mobiliteitsplan wordt de tramlijn in het westen van het plangebied aangegeven als ‘te realiseren’. Deze is op vandaag reeds in gebruik.

 [image]

Bovenlokaal tramnet (Bron: mobiliteitsplan Antwerpen)

 

In het oosten loopt een hoofdroute in functie van het hoofdfietsnet. Dit is de fietsostrade Antwerpen- Essen. In het westen en het zuiden van het plangebied bevindt zich een kernroute.

 [image]

Bovenlokaal fietsnet (Bron: mobiliteitsplan Antwerpen)

 

Wijkwegen maken wijken en kernen bereikbaar en ontsluiten daar hoofdzakelijk lokale bestemmingen op wijkniveau (bv cultuurcentrum, specifiek winkel- of horecagebied) en in omgekeerde richting ontsluiten zij de ‘hogere’ hiërarchieën van wegen. Op kruispunten vinden typisch veelvuldige uitwisselingen van verkeer plaats van en naar hogere wegen of lagere straten. In een grootstedelijke context geven deze wegen zeer vaak toegang tot individuele woningen. Leefkwaliteit en oversteekbaarheid zijn hier dus van groot belang. Het snelheidsregime is in de regel 50 km/u. Ter hoogte van schoolomgevingen kan een lagere maximumsnelheid gelden van 30 km/u door middel van variabele signalisatie. Ook hier is scheiding van voetgangers, fietsers en gemotoriseerd verkeer het uitgangspunt en worden oversteekplaatsen beveiligd. Ook kan worden gekozen voor de uitbouw van parallelle routes waar bijvoorbeeld fietsstraten een rol in kunnen spelen.

In het mobiliteitsplan wordt de Noorderlaan aangeduid als steenweg. De Havanastraat en Ekersesteenweg zijn aangeduid als stadsweg.

 

 [image]

Stadswegen (Bron: mobiliteitsplan Antwerpen)

 

Er wordt gestreefd naar een stadsbrede en doordachte inplanting van parkeerfaciliteiten. Om de bestemming te bereiken biedt de stad verschillende opties aan: parkeren aan de rand van de stad op Park&Ride’s. De Havanasite wordt aangegeven als een plek die aan de rand van de stadsrand ligt en hier hierdoor makkelijk en direct ontsloten wordt door hoofdwegennet. Op deze zones liggen P+R’s met een grote capaciteit die aansluiten op snelle en hoogfrequente tramlijnen. Deze plekken richten zicht op een optimale moduswissel. Naast de ontlasting van het stadsnetwerk van een deel van het dagelijks autoverkeer, verlichten P+R’s zo ook de parkeerdruk in de stad. De P+R’s worden uitgebouwd als goed draaiende transferia, met overstapmogelijkheden naar verschillende bestemmingen en een aanbod van verschillende vervoersmodi. Het mobiliteitsplan geeft aan dat P+R’s ook goed bereikbaar moeten zijn met de fiets. Ze moeten ook over kwaliteitsvolle fietsenstallingen beschikken. Zoals eerder beschreven wordt de het P+R op vandaag gebouwd. De fietsenstallingen is reeds aanwezig.

 

3.3.4 Groenplan stad Antwerpen (2017)

 

In februari 2017 werd het Groenplan ‘Levendig landschap’ voor de ganse stad goedgekeurd.

 

In het overkoepelende Groenplan staan de gewenste groenstructuur en algemene principes die stadsbreed toepasbaar zijn. Het Groenplan deelt de stad op in 14 groene landschappen. Elk van de landschappen heeft zijn eigen typische kenmerken en troeven. De 14 groengebieden blijven evolueren. Het Groenplan omvat een tal van acties en richtlijnen om de gebieden kwalitatief te verbeteren en te versterken.

 

 [image]

Overzicht van de 5 groenstructuren en de 14 groene landschappen (Bron: Groenplan Antwerpen)

 

Op basis van de ruimtelijke samenhang en de onderlinge wisselwerking definiëren de robuuste ruimten op het niveau van de stad een gewenste groenstructuur die is opgebouwd uit 5 superparken:

  • het Scheldepark;

  • het Zuiderpark;

  • het Centraal park;

  • het Schijnpark;

  • het Noorderpark.

 

Het plangebied van voorliggend RUP grenst in het noorden aan het Noorderpark. Dit superpark bestaat uit het Laagland, de Wetlands, de Polders van Stabroek, de Opstal-vallei, de Scheldepolders en het Noordelijk Heideland. Het gebied markeert de overgang tussen de hogere Brabantse Wal en de lagere poldergronden. Het omvat landschappen die verschillende geografische niveaus of lagen vertegenwoordigen. Het groenplan zet in op de raakvlakken tussen deze landschappen en de onderlinge samenhang doorheen het hele superpark.

 

 [image]

 

Inzoom Noorderpark in functie van plangebied