|
2 Bijzondere voorschriften | |
|
Toelichting: T: toegelaten functie 0: niet toegelaten functie G: toegelaten functie op het gelijkvloers V: toegelaten functie op de verdiepingen, verschillend van het gelijkvloers 1: toegelaten functie op 1 bouwlaag 3: toegelaten functie op de gelijkvloerse verdieping, eerste verdieping en kelderverdieping 250G: toegelaten functie op het gelijkvloers met een maximum van 250 m² bruto handelsoppervlakte. 200: maximum 200m² bruto vloeroppervlakte toegelaten 3K+W: maximum 3 kamers verplicht gekoppeld aan de woonfuntie
Artikel 1 Zone voor wonen - (Wo) 1.1 Bestemming De volgende functies zijn toegelaten:
Er kan slechts één nevenfunctie toegelaten worden per gebouw naast de hoofdfunctie. 1.2 Inrichting De algemene bouwvoorschriften en de algemene stedenbouwkundige voorschriften gelden bij de inrichting van deze bestemmingszone. 1.2.1 Bouwdiepte De bouwdiepte wordt bepaald door de harmonieregel die gebaseerd is op de vergunde toestand. Een afwijking van 2 meter is toegelaten, indien de opgegeven maten een logische structurele afbraak van het gebouw in de weg staan. Voor nieuwbouw, functiewijzigingen en verbouwing met volumewijziging geldt ook een minimale bouwdiepte en een maximale bouwdiepte. De minimale bouwdiepte is 8 meter. De maximale bouwdiepte is afhankelijk van de perceelsdiepte en wordt vastgelegd op 5 meter afstand van de achterste perceelsgrens. Deze 5 meter wordt gevrijwaard van constructies en is bestemd als tuinzone. De minimale bouwdiepte primeert op de maximale. Toelichting: De algemene voorschriften uit 1.7.1 Open ruimte, tuinen en terrassen primeren steeds op dit voorschrift. 1.2.2 Stedelijke plint hoekgebouwen De draagstructuur van de gelijkvloerse verdieping van de hoekgebouwen moet een flexibele invulling van deze ruimten en gevels beogen. De vrije hoogte van het gelijkvloers van deze hoekgebouwen bedraagt minimaal 3 meter. 1.2.3 Opdelen van huizen
Het is verboden om een huis op te delen in meerdere woongelegenheden indien het huis beschikt over een bruto vloeroppervlakte van meer dan 90 m² en minder dan 250 m². Hierop kan een uitzondering gemaakt worden indien na opdeling 1 woongelegenheid wordt behouden met een bruto vloeroppervlakte van meer dan 90 m² en het aantal bijkomende woongelegenheden wordt beperkt tot maximaal 3 kamers of 1 andere woongelegenheid. Indien een huis dat beschikt over een bruto vloeroppervlakte van meer dan 90 m² en minder dan 250 wordt verbouwd, uitgebreid of vervangen door een nieuwbouw, dan zijn de bepalingen van bovenstaande paragraaf eveneens van toepassing op de woning die ontstaat na verbouwing, uitbreiding of vervanging, ongeacht de oppervlakte van de binnenruimte na de werken.
Een woning die beschikt over een bruto vloeroppervlakte van meer dan 250 m² kan opgedeeld worden in meerdere wooneenheden, op voorwaarde dat ten minste 1 woongelegenheid wordt behouden met een bruto vloeroppervlakte van meer dan 90 m². Deze regels voor het opdelen van een bestaande te behouden eengezinsgebouw zijn eveneens van toepassing op een woning die ontstaat na verbouwing, uitbreiding of vervanging, ongeacht de oppervlakte van de binnenruimte na de werken. De bruto vloeroppervlakte is exclusief kelder en zolders tenzij ze ingericht kunnen worden als verblijfsruimte. 1.2.4 Samenvoegen van percelen Indien een huis dat beschikt over een bruto vloeroppervlakte van meer dan 90 m² en minder dan 250 m² wordt samengevoegd met een of meer andere woningen, gebouwen of kavels, dan kunnen in het gebouw dat ontstaat na samenvoeging voor elk oorspronkelijk huis met een binnenruimte van meer dan 90m² ten hoogste 3 kamers of 1 andere woongelegenheid worden ingericht. 1.2.5 Grootschalige woonprojecten Woonprojecten met een gevelbreedte groter dan 18 meter dienen minimaal 2 voordeuren te bevatten, vermeerderd met 1 voordeur per bijkomende 6 meter gevelbreedte. De gevelgeleding moet in harmonie zijn met de omgeving. Bij samenvoeging van percelen zal de schaal van de oorspronkelijke bebouwing (of een daaraan benaderende schaal) tot uiting komen op de manier hoe het gebouw communiceert met de omgeving.
Artikel 2 Zone voor detailhandel - (De) 2.1 Bestemmingen De volgende functies zijn toegelaten:
2.2 Inrichting 2.2.1 Bouwdiepte Het gelijkvloers mag volledig bebouwd worden indien deze volledig wordt ingenomen door:
Voor de andere functies gelden de algemene voorschriften zoals beschreven in 1.7.1 Open ruimte, tuinen en terrassen . De bovenliggende verdiepingen zijn in harmonie met de bouwdiepten van de naastliggende gebouwen. 2.2.2 Bouwhoogte De bouwhoogte van het hoofdgebouw wordt bepaald door de harmonieregel. Indien het gebouw een achterbouw heeft wordt de bouwhoogte hiervan in de eerste plaats bepaald door de harmonieregel. De bouwhoogte bedraagt maximaal 4,5 meter.
Artikel 3 Zone voor centrumfuncties - (Ce) 3.1 Bestemmingen De volgende functies zijn toegelaten:
3.2 Inrichting 3.2.1 Bouwdiepte Het gelijkvloers mag volledig bebouwd worden indien deze volledig wordt ingenomen door:
Voor de andere functies gelden de algemene voorschriften zoals beschreven in 1.7.1 Open ruimte, tuinen en terrassen . De bovenliggende verdiepingen zijn in harmonie met de bouwdiepten van de naastliggende gebouwen. 3.2.2 Bouwhoogte De bouwhoogte van het hoofdgebouw wordt bepaald door de harmonieregel. Indien het gebouw een achterbouw heeft wordt de bouwhoogte hiervan in de eerste plaats bepaald door de harmonieregel. De bouwhoogte bedraagt maximaal 4,5 meter.
Artikel 4 Zone voor maatschappelijke funties - (Ma1) 4.1 Bestemmingen De volgende functies zijn toegelaten:
Minimum de helft van de bruto vloeroppervlakte moet per gebouw een gemeenschapsfunctie hebben. 4.2 Inrichting De algemene voorschriften gelden bij de inrichting van deze bestemmingszone. De vergunningverlenende overheid kan een afwijking toestaan op de inplanting en bouwdiepte van de gebouwen uit de algemene voorschriften voor zover zij de draagkracht van het gebied respecteren. De functie moet inpasbaar zijn binnen de stedenbouwkundige context. De gemeenschapsfunctie moet duidelijk zichtbaar en bereikbaar zijn vanaf de straatzijde. Artikel 5 Zone voor maatschappelijke funties - gemengd project (Ma2) 5.1 Bestemmingen De volgende functies zijn toegelaten:
Minimum de helft van de bruto vloeroppervlakte moet ingevuld worden door maatschappelijke functies. Minimum 60% van de terreinoppervlakte moet ingenomen worden door publieke, niet-overbouwde open ruimte. Deze bepaling primeert boven de algemene stedenbouwkundige voorschriften uit punt “open ruimte, tuinen en terrassen”. Indien woningen worden gerealiseerd kan de minimaal nodige tuinoppervlakte van de woningen zoals beschreven in de bouwcode, hiervan worden afgetrokken, zolang 50% van de terreinoppervlakte publiek toegankelijk groen blijft. De bijkomende behoefte aan publieke voorzieningen die gecreëerd wordt, indien er woningen gerealiseerd worden, mogen niet verrekend worden in de minimaal opgelegde oppervlakte voor maatschappelijke functies. 5.2 Inrichting De algemene voorschriften gelden bij de inrichting van deze bestemmingszone. De vergunningverlenende overheid kan een afwijking toestaan op de inplanting en bouwdiepte van de gebouwen uit de algemene voorschriften voor zover zij de draagkracht van het gebied respecteren. De samenhang en onderlinge relaties van het historische gebouwencomplex met park is vanuit een erfgoedreflex een absolute noodzaak. De uitwerking van een projectzone kan gebeuren als één project of gefaseerd vanuit verschillende deelprojecten. Bij een gefaseerde uitwerking dient echter een samenhangend stedenbouwkundig geheel te worden nagestreefd waarbij voldoende aandacht wordt besteed aan de onderlinge relaties en verhoudingen tussen de verschillende deelprojecten binnen de projectzone. Onder een project moet worden verstaan: een aanvraag die betrekking heeft op het realiseren van meer dan één woning en/of een andere bestemming. Hieronder wordt o.a. begrepen:
Verhardingen bestaan verplicht uit waterdoorlatend materiaal. Bij uitzondering kan het gebruik van andere materialen toegelaten worden indien dit om technische of enige andere reden noodzakelijk zou zijn. De noodzaak tot het gebruik van niet-waterdoorlatende materialen dient bij de vergunningsaanvraag grondig gemotiveerd te worden. Gezien de zeer hoge erfgoedwaarde (historisch, architectuurhistorisch, artistiek en sociaal-cultureel) moet er over gewaakt worden dat de vooropgestelde bestemmings- en inrichtingsmogelijkheden geen afbreuk doen aan de erfgoedwaarde van dit complex. Artikel 6 Zone voor groen - (Gr) 6.1 Bestemmingen De volgende functies zijn toegelaten:
6.2 Inrichting Integraal te bewaren open en groene ruimte. Constructies die niet in functie staan voor de inrichting en het gebruik van de groene ruimte zijn niet toegelaten in deze zone. Speeltuigen met een natuurlijk karakter, zitbanken, verlichtingspalen e.d. zijn dus wel toegelaten. Er zijn geen verhardingen toegelaten, behalve de minimale verhardingen zoals paden door de groene ruimte en toegangen nodig voor het gebruik de aangrenzende gebouwen. De minimale verhardingen worden bij voorkeur uitgevoerd in waterdoorlatende materialen. Uitzondering hierop betreft inrichtingen die de publieke functie van de zone voor groen versterken waarvoor een verharding noodzakelijk is, zoals een basketbalveld, zolang deze het overwegend en uitdrukkelijk groene karakter van de zone respecteert. Artikel 7 Zone voor publiek domein - (Pu) 7.1 Bestemming De volgende functies zijn toegelaten:
Permanente bebouwing is toegelaten in deze zone in hoeverre deze:
7.2 Inrichting De zone is bestemd voor de aanleg van het publieke domein en de daarbij horende infrastructuur zoals groenaanleg, parkeervoorzieningen op maaiveldniveau, ondergrondse buurtparkings, laad- en loszones, fietspaden, straatmeubilair… De constructies dienen te voldoen aan de redelijke eisen van welstand, in harmonie met de aanleg van de zone.
Artikel 8 Overdruk - handel en Reca - (hr) 8.1 Bestemming Op deze percelen is naast de functies uit de specifieke bestemmingszones eveneens handel en reca op de gelijkvloerse verdieping toegelaten. 8.2 Inrichting Dezelfde inrichtingsprincipes zijn van toepassing als deze uit de specifieke bestemmingszones. Artikel 9 Overdruk - binnengebied 9.1 Bestemming Dezelfde functies als deze uit de specifieke bestemmingszones zijn toegelaten. 9.2 Inrichting Bouwen in binnengebied is toegelaten mits voldaan wordt aan de algemene en bijzondere voorschriften voor deze zone. Verschillende vuistregels voor bebouwing in het binnengebied zijn opgenomen in de toelichtingsnota. De uitwerking van een binnengebiedproject moet gebeuren als één project of gefaseerd vanuit verschillende deelprojecten. Bij een gefaseerde uitwerking dient echter een samenhangend stedenbouwkundig geheel te worden nagestreefd waarbij voldoende aandacht wordt besteed aan de onderlinge relaties en verhoudingen tussen de verschillende (potentiële) deelprojecten in het binnengebied. Onder een project moet worden verstaan: een aanvraag die betrekking heeft op het realiseren van meer dan één woning en/of een andere bestemming. Hieronder wordt o.a. begrepen:
Artikel 10 Overdruk - bouwblokproject De overdruk bouwblokproject geldt enkel in het geval van de realisatie van een totaalproject voor het bouwblok, dat afwijkt van de voorschriften uit zone voor wonen. Perceelsgebonden projecten, zonder het oog op een totaalproject moeten voldoen aan de voorschriften van de zone voor wonen.
10.1 Bestemmingen De volgende functies zijn toegelaten:
Minimum de helft van de bruto vloeroppervlakte moet per gebouw een woonfunctie en/of gemeenschapsvoorziening hebben. Minimum de helft van de terreinoppervlakte moet ingenomen worden door niet-overbouwde open ruimte.
De vergunningverlenende overheid kan programmatorische eisen opleggen, in verhouding met het project. 10.2 Inrichting De algemene voorschriften gelden bij de inrichting van deze bestemmingszone. De vergunningverlenende overheid kan een afwijking toestaan op de inplanting en bouwdiepte van de gebouwen uit de algemene voorschriften en de inrichtingsprincipes uit de bijzondere voorschriften, voor zover zij de draagkracht van het gebied respecteren. De uitwerking van het totaalproject moet gebeuren als één project of gefaseerd vanuit verschillende deelprojecten. Bij een gefaseerde uitwerking dient echter een samenhangend stedenbouwkundig geheel te worden nagestreefd waarbij voldoende aandacht wordt besteed aan de onderlinge relaties en verhoudingen tussen de verschillende deelprojecten binnen de projectzone.
|

![i_RUP_11002_214_10002_00002_100002.png [image]](i_RUP_11002_214_10002_00002_100002.png)
