|
Toelichtingsnota (tekst) | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
A. Inleiding Voorliggend document is de toelichtingsnota bij een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan in de zin van het decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening van 18 mei 1999. Een ruimtelijk uitvoeringsplan bevat:
Het grafisch plan en de erbij horende stedenbouwkundige voorschriften hebben verordenende kracht. De teksten en grafische plannen van de toelichtingsnota hebben als dusdanig geen verordenende kracht, maar behouden hun waarde als inhoudelijk onderdeel van het geheel van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan. Het voorliggende gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan verschaft een vergunningsbasis voor het project van Elia dat bestaat uit de oprichting van een hoogspanningslijn tussen Lillo en Zandvliet en de aanpassingswerken aan de posten in Lillo en Zandvliet.
B. Situering en verantwoording project Elia De aanleg van een nieuwe 380 luchtlijn tussen Zandvliet en Lillo door Elia (beheerder van het Belgische hoogspanningsnet) maakt deel uit van een ruimer project voor de bevoorrading van een deel van het zeehavengebied Antwerpen (rechteroever) en voor de versterking van het Belgische elektriciteitsnetwerk (netwerkvorming). Het bestaande hoogspanningsstation van Lillo staat onder meer in voor de voeding van een aantal grote chemische bedrijven in de Antwerpse haven. Vandaag wordt het station van Lillo gevoed door één bestaande luchtlijn (150kV met 2 draadstellen) vanuit het hoogspanningsstation Zandvliet. Deze loopt langs oostelijke zijde rond de Antwerpse zeehaven, door Stabroek. De maximumgrens van het vermogen dat kan toegeleverd worden via deze lijn is bereikt. Kaart 1: bestaande luchtlijnen in de omgeving van het project (bron: Elia, 2007)
Omwille van verschillende redenen is het noodzakelijk dat het toeleverend vermogen naar het station van Lillo wordt verhoogd en dit op korte termijn:
Daarom voorziet Elia aanpassingswerken in het 380kV-net van de Antwerpse haven. Centraal daarbij staat de bouw van een nieuw 380kV-station in Lillo, dat gevoed zal worden met twee nieuwe verbindingen:
De nieuwe 380kV-lijn maakt de verbinding tussen de stations in Lillo en Zandvliet. Deze verbinding is gelegen binnen het industriegebied van het zeehavengebied, op rechteroever en heeft een lengte van ongeveer 10km. Door de aanleg van de 380kV lijn moeten een aantal aanpassingen gebeuren aan de bestaande infrastructuur op deze lijn. De bestaande leiding tussen Lillo en Solvay blijft bestaan. Omwille van de inplanting van de nieuwe lijn –die parallel loopt met de lijn Lillo-Solvay-moet één bijkomende mast op deze bestaande lijn worden geplaatst, met name ter hoogte van de knik in het tracé van de hoogspanningslijn ten zuiden van de post in Lillo (P1N op onderstaande kaart). De nieuwe mast wordt ten opzichte van de bestaande in de richting weg van de Schelde geplaatst. Bij het verplaatsen van deze mast is geen interferentie te verwachten met het geactualiseerde Sigmaplan. De bestaande 150kV lijn tussen Zandvliet en BASF wordt afgebroken en vervangen door een ondergrondse lijn. Om verschillende redenen bleek het niet mogelijk om de nieuwe infrastructuur ter hoogte van Lillo te bundelen met de bestaande lijn (Lillo-Solvay): in dit gebied bevinden zich meerdere ondergrondse leidingen; omwille van de elektrische invloedszone dient een minimale afstand gerespecteerd te worden tussen twee luchtlijnen; het tracé van de bestaande lijn bevindt zich in VEN en habitatirichtlijngebied en in natuurgebied volgens het gewestplan. huidige situatie geplande situatie Kaart 2 en 3: wijziging bestaande verbinding Lillo – Solvay (bron: Elia, 2008)
Kaart 4: inrichtingsplan station te Zandvliet (bron: Elia, 2009) In Lillo wordt een nieuw station gebouwd op het bestaande terrein van Elia. Er zijn ook verschillende aanpassingen gepland in het onderstation te Zandvliet. Ook op deze plaats kunnen deze uitgevoerd worden binnen de huidige terreinen van Elia. Voorliggend RUP vormt de basis voor de aanleg van een 380kV verbinding tussen Lillo en Zandvliet. Het project tussen de posten Lillo en Mercator is nog in onderzoek. Eventuele bestemmingswijzigingen voorafgaand aan het voorzien van de verbinding tussen Lillo en Mercator wordt indien nodig voorzien in een apart RUP, waarvan de procedure later zal worden opgestart. Omwille van de dringendheid van het dossier Lillo-Zandvliet wordt niet gewacht tot er volledige duidelijkheid is over het tracé Lillo-Mercator. Het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan zal een vergunningsbasis verschaffen voor de oprichting van een hoogspanningslijn tussen Lillo en Zandvliet en de aanpassingswerken aan de posten in Lillo en Zandvliet. Zowel voor de post in Lillo als voor de post in Zandvliet is een bestemmingswijziging noodzakelijk om de voorziene werken te realiseren. Vanuit juridisch oogpunt gaat het om een uitbreiding. De voorziene uitbreidingen gebeuren echter wel op eigen terrein van Elia. Het tracé van de hoogspanningslijn kruist op een bepaald punt het tracé van de liefkenshoekspoortunnel zoals bestemd in het gewestelijk RUP ‘Liefkenshoekspoortunnel’. De kruising van beide RUP’s vormt inhoudelijk geen probleem.
C. Uitvoering geven aan het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen C.1Hoofdtransportleidingen voorzien in de gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen Het richtinggevend gedeelte van het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen 1 bepaalt dat voor elektriciteitsleidingen een hoofdnet van 150kV leidingen en meer wordt geselecteerd op Vlaams niveau. Deze worden in gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen vastgelegd, volgens het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening. De verbinding Lillo-Zandvliet maakt onderdeel uit van het Belgisch primair transportnetwerk (380kV) en wordt dus beschouwd als een hoofdtransportleiding die wordt vastgelegd op Vlaams niveau. De verbinding Lillo-Zandvliet is opgenomen in het uitrustingsprogramma 2005-2012, goedgekeurd op 15 december 2005 door de Federale minister van Energie. In het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen zijn de nieuwe projecten zoals gedefinieerd in het uitrustingsprogramma nog niet opgenomen zodat ze moeten getoetst worden aan de algemene uitgangspunten van het ruimtelijk ondersteunen van deze alternatieve vervoerswijze en bundeling met infrastructuur van Vlaams niveau in leidingstroken. C.2 Bundelings-en stand still -principe Om de ruimtelijke impact van nieuwe elektriciteitslijnen zo veel mogelijk te beperken wordt uitgegaan van bundeling met bestaande infrastructuur en van een stand still van de totale lengte van het bovengronds 150 kV-net. Vanuit ruimtelijk oogpunt gaat de voorkeur uit naar een ondergrondse leiding. Het voorzien van een ondergrondse uitvoering van de nieuwe lijn is technisch niet onmogelijk, maar moeilijker. Voor verbindingen op 380kV, wat in het project Lillo-Zandvliet vereist is, wordt door Elia uitgegaan van een bovengrondse verbinding. In dit project zou een eventuele ondergrondse aanleg van de lijn echter ook een duidelijke ruimtelijke en landschappelijke impact hebben. Het overbrengen van een luchtlijn naar een ondergrondse kabel vereist immers een bijkomend (bovengronds) station voor de koppeling tussen de bestaande bovengrondse lijn en de ondergrondse kabel. Bovendien zou in dit scenario ook de lijn tussen Lillo en Solvay ondergronds moeten worden gebracht om een ruimtelijke meerwaarde te creëren, waarvoor ook een nieuw station zou moeten worden voorzien. Omdat de ruimtelijke meerwaarde van een ondergrondse aanleg te weinig meerwaarde biedt wordt de aanleg van de luchtlijn ook getoetst aan het ‘stand still’ – principe. De geplande leiding tussen Lillo en Solvay wordt aangelegd in parallellisme met de bestaande 150 kV verbinding. Dit is ongeveer de helft van het totale tracé. Het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen gaat uit van het ‘stand – still’-principe voor wat betreft de omvang van het bovengrondse elektriciteitsnetwerk (150kV). Sedert de vaststelling van het RSV zijn op verschillende plaatsen (delen van) bovengrondse lijnen afgebroken. Het gaat in totaal om 9 km 150kV-lijnen en 63 km 70kV-lijnen. C.3 Afstemming met andere ruimteclaims in de zeehaven De inplanting van de nieuwe hoogspanningslijn tussen Lillo en Zandvliet is getoetst aan de gekende plannen en projecten voor de inplanting van windturbines. De voorgestelde inplanting heeft geen impact op deze projecten. Het gebied waar de uitbreiding van het station in Zandvliet is voorzien is vandaag bestemd als industriegebied met de overdruk gebied voor windmolens. Deze bestemming zal niet gerealiseerd worden omwille van de nabijheid van het natuurreservaat Groot Buitenschoor.
D. Maatregelen ter bescherming van het milieu D.1 Milieueffectenrapportage (MER) Op basis van de bepalingen van artikel 4.3.3. §4 van het decreet betreffende de milieueffect-en veiligheidsrapportage willigde de dienst MER op 12 februari 2008 het verzoek tot ontheffing van Elia in voor het project hoogspanningslijn tussen Lillo en Zandvliet. De ontheffing wordt verleend voor een termijn van vier jaar. De ontheffing vervalt wanneer het project niet aangevat wordt binnen de in de beslissing van de dienst MER vastgestelde termijn. In het ontheffingsdossier worden een aantal redenen opgesomd waarom met een luchtlijn wordt gewerkt en niet met een ondergrondse kabel: (1) het verschillend elektrisch gedrag; (2) de beperkte toekomstmogelijkheden van een ondergrondse kabel met betrekking tot mogelijke aanpassingen i.v.m. toekomstige technische evoluties; (3) de betrouwbaarheid; (4) de nood aan meer ondergrondse elektrische wegen om hetzelfde elektriciteitsvermogen te kunnen transporteren; en (5) de onverantwoorde meerkost van een ondergrondse 380kV-kabel. Het voorgelegde ontheffingsdossier voldoet, wat fauna en flora betreft, luidens de ontheffingsbeslissing, aan de noden, zeker wat betreft de passende beoordeling. Het project zal bepaalde negatieve impact hebben op vogels en mogelijk vleermuizen, maar deze impact zal op basis van de beschikbare gegevens niet significant zijn. De voorgestelde milderende maatregelen zijn voldoende dekkend. De milderende maatregelen hebben geen betrekking op ruimtelijke elementen die vertaald kunnen of moeten worden in het gewestelijk RUP. In het project wordt voorzien dat de masten op voldoende afstand van de beschermde molen ‘de Eenhoorn’ en het fort Lillo zullen geplaatst worden, met name respectievelijk mast P2 op 215m en mast P3 op 200m. Er wordt geconcludeerd dat fysieke aantasting van de cultuurhistorisch waardevolle elementen tengevolge van de bouw van de hoogspanningsmasten niet te verwachten is. D.2 Veiligheidsrapportage (VR) In functie van de mogelijke risico’s van het plaatsen van een hoogspanningslijn in de buurt van zogenaamde “Seveso-bedrijven” werd door Elia een veiligheidsstudie uitgevoerd. De dienst VR (departement LNE) heeft zich akkoord verklaard met de aanpak en ontwikkeling van deze studie. Uit de voorgelegde rapportage kan worden gesteld dat er op een goede en conservatieve wijze gekeken werd naar de risico’s van de geplande luchtlijn op de industrie in de omgeving. Daarnaast geeft de veiligheidsstudie het beeld dat deze aanpak op een juiste manier wordt geïmplementeerd er ook op een goede manier naar de mogelijke maatregelen wordt gezocht. De veiligheidsrapportage bevat geen specifieke maatregelen van ruimtelijke aard die in het gewestelijk RUP vertaald kunnen of moeten worden. D.3 Watertoets In uitvoering van het decreet Integraal Waterbeleid (18 juli 2003) moet bij de opmaak van een gewestelijk RUP een watertoets gebeuren. De watertoets vormt ook een onderdeel van de milieueffectbeoordeling. De locaties voor de masten van de hoogspanningslijn en de stations bevinden zich op opgehoogde gronden. Conform het ontheffingsdossier kan worden gesteld dat er geen noemenswaardige impact op het watersysteem te verwachten valt.
E. Bestaande feitelijke en juridische toestand E.1 Bestaande feitelijke toestand De bestaande feitelijke toestand wordt grafisch weergegeven op de hieronder vermelde kaarten. Kaart 0. Situering plangebied Kaart 1. Bestaande feitelijke toestand: luchtfoto met aanduidingen Opmerking: Het plangebied is louter ter informatie weergegeven op de luchtfoto omwille van de leesbaarheid. Enkel de aanduiding van het plangebied op de bijlage I, verordenend grafisch plan, heeft een verordenende waarde. E.2 Juridisch kader De bestaande juridische toestand wordt grafisch weergegeven op de hieronder vermelde kaarten. Kaart 2: Bestaande juridische toestand: gewestplan, gewestplanwijzigingen en ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP) Kaart 3: Bestaande feitelijke toestand: andere plannen. Opmerking: Het plangebied is louter ter informatie weergegeven op de kaarten juridische toestand omwille van de leesbaarheid. Enkel de aanduiding op de bijlage I, verordenend grafisch plan heeft een verordenende waarde.
E.3Planningscontext
F. Ruimtebalans De invloed van de bestemmingswijzigingen in dit gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan op de ruimteboekhouding uit het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) is weergegeven in volgende ruimtebalans. De impact is beperkt tot de bestemmingswijziging voor de beide stations (Lillo en Zandvliet). De aanduiding van de hoogspanningslijn zelf gebeurt door middel van een overdruk en heeft geen impact op de ruimtebalans.
G. Vertaling van inhoudelijke elementen naar verordenende voorschriften Art.1 Gebied voor gemeenschaps-en openbare nutsvoorzieningen
H. Op te heffen voorschriften De bestemmingen industriegebied, industriegebied met overdruk windmolenpark en groengebied op het gewestplan Antwerpen worden opgeheven ter hoogte van de stations in Lillo en Zandvliet.
voetnoten 1 Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, Gewenste Ruimtelijke Structuur, Pijpleidingen en elektriciteitsleidingen, p. 514. | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||

![i_RUP_02000_212_00305_00001_200004.jpg [image]](i_RUP_02000_212_00305_00001_200004.jpg)
![i_RUP_02000_212_00305_00001_200005.jpg [image]](i_RUP_02000_212_00305_00001_200005.jpg)
![i_RUP_02000_212_00305_00001_200006.jpg [image]](i_RUP_02000_212_00305_00001_200006.jpg)
![i_RUP_02000_212_00305_00001_200007.jpg [image]](i_RUP_02000_212_00305_00001_200007.jpg)
