BPA NEERLAND 30 BIS - voorschriften

 

1. VOORAFGAANDE BEPALINGEN

 

Het Bijzonder Plan van Aanleg is begrensd volgens de aanduidingen van bijgaand bestemmingsplan. De grafische gegevens van het plan en de reglementaire voorschriften ervan vullen elkaar aan.

 

Voor de gevallen waarbij kadastrale afwijkingen op het plan voorkomen ten overstaan van de situaties op plan aangegeven, kunnen de bestemmingen aangepast worden rekening houdend met de kadastrale juistheid.

 

Binnen de grenzen van dit BPA blijven de gemeentelijke bouwverordeningen, de klasseringsbesluiten en de speciale wettelijke bepalingen van toepassing, tenzij anders bepaald in dit BPA. De bepalingen van dit plan zullen nooit mogen toegepast worden ten nadele van bestaande erfdienstbaarheden al dan niet van openbaar nut en voortkomende uit bijzondere reglementeringen.

 

De bepalingen van de vergunde verkavelingen gelegen in het BPA blijven van kracht ook al wijken zij af van de voorschriften van het BPA. Nieuwe verkavelingen kunnen enkel vergund worden binnen de voorschriften van het BPA.

 

2. TERMINOLOGIE

 

Aaneengesloten bebouwing

Gebouwen met twee gemene zijgevels of wachtgevels

 

Balkon

Open uitbouw op de bovenverdieping van een huis.

 

Bebouwingscoëfficiënt

De verhouding van de bebouwde grondoppervlakte tot de totale perceelsoppervlakte.

 

Bergplaats

Gebouw dat tot berging wordt aangewend, met uitsluiting van enig bedrijf.

 

Bijgebouw

Gebouw in de tuinstroken, in principe afzonderlijk van het hoofdgebouw opgericht.

 

Bouwdiepte

De diepte gemeten vanaf de voorste grens van een bouwstrook of de diepte tussen een voorgevel, samenvallend of evenwijdig met een bestemmingszonegrens, en een achtergevel.

 

Bouwhoogte

Hoogte van een gebouw of bouwvolume die, indien niet anders aangeduid, moet worden gemeten van het grondpeil tot de bovenkant van de deksteen of kroonlijst.

 

Bouwlijn

Lijn waarop de voorgevel van een gebouw is geplaatst.

 

Bouwstrook

Strook die over haar gehele diepte voor bebouwing in aanmerking komt.

 

Bovenverdieping

Verdieping, hoger dan het gelijkvloers.

 

Constructie

Elk bouwwerk van hout, steen, metaal of ander bouwmateriaal dat hetzij met de grond
verbonden is, hetzij op de grond geplaatst is en zodanige afmetingen heeft dat het niet zonder voorbereidende werkzaamheden kan worden verplaatst.

 

 

Dakkapel

Hoog geplaatst dakvenster met spitse kap.

 

Dakterras

Dak van een huis of een deel ervan dat is aangelegd om erop te verblijven.

 

Eéngezinswoning

Een ééngezinswoning is een woongelegenheid voor één gezin.

 

Erker

Uitbouwsel aan een gevel dat zich over één of meer verdiepingen uitstrekt.

 

Gebouw

Elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met doorgaande muren omsloten ruimte vormt.

 

Gelijkvloers

Op dezelfde hoogte als de vloer of de begane grond.

 

Gesloten bebouwing

Gebouwen in groepen zoals aangeduid op plan.

 

Groenterreinindex (G/T)

De groenterreinindex geeft de verhouding van de oppervlakte aan groen ten opzichte van de oppervlakte van het volledige terrein.

 

Hoekgebouw

Gebouw opgericht op een perceel dat aan twee straten paalt op de plaats waar deze elkaar kruisen.

 

Hoofdbestemming

De hoofdbestemming is de verplichte invulling van de bestaande en op te richten gebouwen. De hoofdbestemming neemt minimaal 50% van de totale vloeroppervlakte in.

 

Hoofdgebouw

Bouwvolume dat begrepen is binnen de belijning van het maximumprofiel.

 

Hoogstammige boom

Onder hoogstammige boom wordt verstaan een boom (met inbegrip van hoogstammige fruitbomen) die tenminste 5m hoog is en op 1m een omtrek van tenminste 30cm heeft. Knotwilgen vormen een uitzondering op deze maten en zijn altijd hoogstam.

 

Kopgebouw

Gebouw aan begin of einde van een aaneengesloten rij van bebouwing en waarvan de vrijstaande zijgevel als een voorgevel is afgewerkt.

 

Koppelwoningen/gekoppelde woningen

Woningen met één gemene zijgevel of wachtgevel.

 

Meergezinswoning

Woonhuis waarin twee of meer woningen geheel of gedeeltelijk boven en/of naast elkaar gelegen zijn.

 

Nevenbestemming

Een nevenbestemming is een mogelijke en toegelaten bestemming binnen de betreffende zone. De nevenbestemming neemt maximaal 50% van de totale vloeroppervlakte in.

 

Nokhoogte

De nokhoogte is de hoogte van de noklijn of -punt.

 

Open bebouwing

Alleenstaande gebouwen.

 

Parkeerplaats

Onder parkeerplaats wordt verstaan hetzij een gesloten garage, hetzij een standplaats in een gesloten ruimte of in de open lucht, daartoe speciaal aangelegd en uitgerust.

 

Rooilijn

De grenslijn tussen de openbare weg en de aanpalende bestemmingszone.

 

Struik of heester van 1e orde

Hieronder wordt een volwassen gegroeide heester of struik verstaan met een grootte tussen 2,5m en 5m.

 

Uitbouw

Deel van een gevel dat niet in hetzelfde vlak ligt al het overige gedeelte van die gevel.

 

Verdieping

Elk der afdelingen waarin een gebouw door horizontale scheidingsvlakken verdeeld wordt. Ruimte tussen twee vloeren.

 

Voortuin

Tuinstrook tussen de rooilijn en de voorgevel.

 

Vloerterreinindex (V/T)

Verhouding tussen de som van de totale oppervlakte der bovengrondse vloeren en de betrokken grondoppervlakte. Ondergrondse constructies of kelderverdiepingen die niet meer dan 1,5m boven het maaiveld uitkomen worden niet meegerekend in de totale vloeroppervlakte. De afmetingen worden buitenwerks gemeten.

 

Zone

Gebied binnen zekere begrenzingen waarbinnen bepaalde voorschriften gelden met betrekking tot het bouwen of niet bouwen en tot het inrichten.

 

3. OVERGANGSMAATREGELEN

 

3.1. BESTAANDE FUNCTIES AFWIJKEND VAN DE PLANVOORSCHRIFTEN

 

Bestaande vergunde/vergund geachte functies afwijkend van de planvoorschriften kunnen
behouden blijven binnen de bestaande volumes mits de plaatselijke bouwvoorschriften in acht worden genomen en voor zover deze activiteiten geen rook-, reuk-, lawaai- en/of andere hinder veroorzaken die schadelijk is voor de voorgeschreven of feitelijke hoofd- en nevenbestemmingen van het gebied. Verbouwingswerken binnen het bestaande volume waarbijeen bestaande activiteit behouden blijft, die niet overeenstemt met de voorschriften van de betreffende zone, kunnen toegestaan worden. Bij herbouwings- of nieuwbouwwerken, met inbegrip van uitbreidingswerken, dient de nieuwe functie overeen te komen met de voorgeschreven bestemming.

 

 

3.2. VERBOUWINGSWERKEN AFWIJKEND VAN DE PLANVOORSCHRIFTEN

 

Bestaande vergunde gebouwen, in strijd met de voorschriften en aanduidingen van het BPA mogen verbouwd worden zolang er geen bijkomende elementen in strijd met de voorschriften en aanduidingen van het nieuwe BPA ontstaan.

 

4. ZONE VOOR WEGENIS

 

4.1. OPENBARE WEGENIS

 

 [image]

De bestemmingsgrens van de openbare wegenis legt tevens de rooilijn vast, tenzij grafisch anders aangeduid op het bestemmingsplan.

 

De stroken in dit plan aangeduid voor openbare wegenis zullen, in zoverre zij nog niet tot de openbare wegenis behoren, hierbij ingelijfd worden door afstand, onteigening of verwerving.

 

De aanduidingen op plan van verhardingen, boordstenen, vluchtheuvels, beplantingen en dergelijke zijn enkel indicatief weergegeven.

 

Toelating tot bouwen kan slechts verleend worden op kavels die rechtstreeks palen aan, of een regelmatige aangelegde toegang hebben tot de openbare weg, waarvan de rooilijnen door de bevoegde overheid zijn vastgelegd en waarvan de aanleg, de verharding en de algemene uitrusting uitgevoerd zijn overeenkomstig de eisen die hieraan door de bevoegde overheid gesteld zijn.

 

Binnen deze stroken mag worden aangebracht al wat de hedendaagse verkeerstechniek vereist, zoals parkeerruimten, beplantingen, voorzieningen voor openbaar vervoer,... .

 

Nieuw aan te leggen openbare wegen dienen aangelegd te worden in waterdoorlatende materialen en dienen begeleid te worden door een open grachtenstelsel dat regenwater buffert en afvoert. Waar de aanleg van een gracht niet haalbaar is, dient gebufferd in een collectief infiltratiebekken.

 

 

4.2. OPENBARE VOETWEGEN

 

 [image]

De gedeelten bestemd voor openbare voetwegen zullen, in zover zijn nog niet tot het openbaar domein behoren, daarbij worden ingelijfd door afstand of door onteigening.

 

Gemotoriseerd verkeer is niet toegelaten, uitgezonderd gemotoriseerd dienstverkeer in functie van onderhoud van het domein.

 

Nieuwe voetwegen dienen aangelegd te worden in onverharde en halfverharde natuurlijke materialen of klinkers.

 

Ter hoogte van de zone voor woonverdichting A hebben de zones voor voetwegen X1, X2, X3 en X4 een breedte van 8m. De inrichting van deze zones wordt uitgevoerd volgens het opgegeven profiel. Het profiel omvat een vrije doorgang van 4m breed die centraal in de bestemmingszone gesitueerd dient te zijn. Aan weerszijden van deze vrije ruimte wordt 2m voorzien waarin beplanting en straatmeubilair aangebracht kunnen worden. Het profiel wordt in de zones X1, X2, X3 en X4 uitgevoerd met eenzelfde materiaalgebruik en type beplanting, teneinde een uniform straatbeeld te creëren.

Ter hoogte van de Gallaitlaan heeft de zone voor voetwegen een breedte van 6m. De inrichting van deze zone wordt uitgevoerd volgens het opgegeven profiel, waarbij aan beide zijden van de eigenlijke weg grachten voorzien worden die instaan voor de afwatering van de verschillende zones naar de zone voor groen met ecologische waarde. Het pad omvat een vrije doorgang van 4m en wordt centraal in de bestemmingszone gesitueerd.

De overige zones voor voetwegen hebben een breedte van 4m en worden gerealiseerd volgens het opgegeven profiel. Het eigenlijke pad is minimum 1,5m breed en langs één zijde ervan wordt binnen de bestemmingszone een gracht voorzien ten behoeve van de afwatering van het gebied.

 

Waar voetwegen tussen twee groenzones gesitueerd zijn, dienen één of meerdere ecotunnels voorzien te worden om de migratie van soorten tussen de zones onderling te bevorderen. Ter hoogte van een zone met waardevolle elementen dient verplicht een ecotunnel gerealiseerd te worden.

 

 [image]

Uitgesloten tekst :

4.3. TRACE VOOR ONTSLUITING BINNENGEBIED

 [image]

 

Het binnengebied tussen de Kleine Doornstraat en de Laaglandweg is bestemd als ‘zone voor woningen in het groen’. De woningen die centraal in deze zone aanwezig zijn of gerealiseerd kunnen worden, dienen ontsloten te worden via het grafisch aangegeven tracé.

 

De wegenis heeft een minimale breedte van 4m. De exacte locatie van de wegenis kan binnen een afstand van 5m t.o.v. de as van het aangegeven tracé verschoven worden. Een ontsluiting afwijkend van het grafisch aangegeven tracé kan toegestaan worden, mits dit voldoende gemotiveerd wordt.

 

De wegenis wordt aangelegd in onverharde en halfverharde natuurlijke materialen of klinkers.

5. GROENZONES

 

5.1. VOORAFGAANDE BEPALINGEN

 

De samenstelling van het plantmateriaal dient te gebeuren op basis van inheemse plantensoorten zodat het effect een landschappelijke integratie bevordert. De plantenkeuze dient het latere onderhoud van het landschap tot een minimum te beperken. De beplantingen dienen in stand gehouden zonder afbreuk te doen aan de wettelijke en gewoonrechtelijke bepalingen terzake.

Volgende beplanting komt in aanmerking:

- voor hoogstammig groen: zomereik, tamme kastanje, es, els, iep, beuk, haagbeuk, linde en knotwilg.

- voor laagstammig groen: hazelaar kornoelje, eglantierroos, sleedoorn, wilg en hulst.

Afwijken hiervan kan slechts met toestemming van de groendienst of milieudienst van de stad Antwerpen.

 

Bebouwing is niet toegelaten, tenzij specifiek vermeld.

 

Gemotoriseerd verkeer is niet toegelaten. De toegangen tot de groenzones dienen zodanig te worden ingericht dat gemotoriseerd verkeer geen toegang heeft tot de groenzones, met uitzondering van de dienstvoertuigen voor het onderhoud van de groenzones. De inrichting van de toegangen dient tevens een veilige overgang van de groenzones naar de openbare weg te garanderen.

 

Alle maatregelen binnen de groenzones die te maken hebben met integraal waterbeheer moeten zo natuurlijk mogelijk gehouden worden en dienen te gebeuren volgens de principes van natuurtechnische milieubouw.

 

 

5.2. ZONE VOOR GROEN MET ECOLOGISCHE WAARDE

 [image]

5.2.1. Bestemming

 

Deze zone is bestemd om ingericht te worden als groengebied met het oog op behoud, bescherming en/of herstel van het natuurlijk milieu. Het behoud van de eigen aard, de bescherming van fauna en flora, hun gemeenschappen en groeiplaatsen, evenals het landschap, de bodem en het water staat voorop. Deze zone kan mee ingeschakeld worden om het overtollige hemelwater uit de aanpalende zones te bufferen. In dit kader zijn gerichte doch landschappelijk ingekaderde ingrepen toegelaten.

 

 

5.2.2. Inrichting

 

In deze zone worden geen halfopen of gesloten verhardingen, noch vaste constructies toegelaten met uitzondering van deze constructies die vereist kunnen zijn voor het controleren van de waterhuishouding en het eventueel bufferen van overtollig hemelwater.

 

De nodige maatregelen dienen getroffen te worden om te voorkomen dat de waterhuishouding in deze zone negatief beïnvloed wordt (verdroging). Er zijn geen ingrepen toegestaan die een verdroging van het gebied tot gevolg kunnen hebben.

 

Voor deze zone dient een beheersplan opgesteld te worden waarbij een ecologisch beheer wordt vooropgesteld. Dit beheersplan mag geen afbreuk doen aan het natuurlijke karakter van het gebied.

 

 

 

5.3. ZONE VOOR GROEN MET RECREATIEVE WAARDE

 [image]

5.3.1. Bestemming

 

Deze zone is bestemd om ingericht te worden als groengebied met mogelijkheid tot zachte recreatie. In deze zone zijn voorzieningen in functie van wandel- en rustrecreatie toegelaten (zitbanken, vuilnisbakken, verlichting,...).

Speeltuigen zijn toegelaten. In de zones die grenzen aan de zone voor groen met ecologische waarde is het toegestaan per zone twee gebouwen ten behoeve van de stalling van dieren (paarden, schapen,...) te voorzien.

 

 

5.3.2. Inrichting

 

De groenterreinindex voor de volledige zone bedraagt minimaal 0,8.

 

Wandelpaden of verhardingen mogen aangelegd worden in functie van zachte recreatie. Deze paden of verhardingen moeten aangelegd worden in natuurlijke, zachte of halfverharde materialen. Bij de aanleg moet rekening gehouden worden met natuurlijke gegevens zoals reliëf, aanwezige belangrijke bomen, grachten, poelen,... .

 

De eventuele stallingen dienen te worden opgetrokken uit hout. Bij de inplanting van de stallingen dient een minimale afstand van 8m ten opzichte van de grenzen van de bestemmingszone gerespecteerd te worden. Per gebouw is een maximale vloeroppervlakte van 50m² toegestaan. De maximale bouwhoogte bedraagt 3,5m. De stallingen mogen niet samengevoegd worden. Er dient een minimale afstand van 20m tussen beide gerespecteerd te worden. Rond elke stalling mag een gebied met een oppervlakte van 100m² (inclusief grondoppervlakte van de stalling) van een afsluiting voorzien worden. Enkel draadafsluitingen met een maximale hoogte van 2m zijn toegstaan.

 

 

 

5.4. ZONE VOOR BUFFERGROEN

 [image]

5.4.1. Bestemming

 

De zones voor buffergroen schermen enerzijds de zone voor openbaar nut af van het binnengebied en creëren anderzijds een buffer tussen de recreatiezones ter hoogte van de Neerlandweg en Krijgslaan en de omliggende bebouwing langsheen de Gallaitlaan, Planetariumlaan en Doornstraat. Binnen de zones wordt de beplanting beperkt tot hoogstammige loofbomen met ondergroei van inheemse heesters.

 

 

5.4.2. Inrichting

 

De zone voor buffergroen dient volledig beplant te worden met inheems en streekeigen laag- en hoogstammig groen. De groenterreinindex bedraagt 1.

 

De beplantingen dienen in stand gehouden zonder afbreuk te doen aan de wettelijke en gewoonrechtelijke bepalingen ter zake.

 

6. RECREATIEZONES

 [image]

6.1.1. Bestemming

 

Deze zones zijn bestemd voor openluchtrecreatie en de daarvoor noodzakelijke randinfrastructuur. Er worden voorzieningen toegelaten die nodig zijn voor de uitbouw van een recreatieve zone op lokaal niveau. Hieronder kan verstaan worden: speeltuigen, sportvelden, moestuintjes, skatepark,... .

Per recreatiezone wordt een aandeel van de grondoppervlakte ingevuld met de aangegeven recreatieve activteiten:

● de zone P wordt volledig ingevuld met sportactiviteiten in clubverband.

● de zone O wordt ingevuld met volkstuintjes.

● in de zone Q wordt 70% van de grondoppervlakte ingevuld met een skatepark

● in de zone N wordt 30% van de grondoppervlakte ingevuld met volkstuintjes.

 

 

6.1.2. Inrichting

 

Verhardingen dienen voorzien te worden in waterdoorlatende materialen. Enkel in de zone Q zijn ten behoeve van het skatepark gesloten verhardingen zoals asfalt of beton, toegelaten. Per recreatiezone zijn de verharde oppervlakten, exclusief bebouwing, beperkt tot maximaal 10% van de totale zone. In zone Q mag de verharde oppervlakte 70% van de totale zone innemen.Kunstgras wordt niet meegeteld als verharding. Per recreatiezone bedraagt de groenterreinindex tenminste 0,2 , speelvelden niet inbegrepen.

 

Afsluitingen zijn toegelaten. De hoogte en materialen van de afsluitingen worden per recreatiezone gespecifieerd:

● in de zone P zijn draadafsluitingen met een maximale hoogte van 8m toegestaan. Andere materialen voor de afsluitingen zijn niet toegelaten.

● in de zones O, Q en N zijn zowel draadafsluitingen als levende hagen toegelaten. De maximale hoogte van de afsluitingen bedraagt 1m.

 

In de zone P zijn reliëfwijzigingen en beperkte drainage toegestaan in functie van het bespeelbaar maken van sportterreinen. Daarbij dienen maatregelen getroffen te worden om het water gecontroleerd te laten afvloeien naar één van de binnen de BPA-contouren voorziene waterbuffers. In de zone P is het tevens toegestaan verlichting te plaatsen in functie van de veiligheid en het gebruik van deze zone.

In de zones O, Q en N mag het natuurlijke peil van de grond niet gewijzigd worden.Uitgesloten tekst : In deze zones dient de inrichting en het gebruik van eventuele volkstuintjes te gebeuren conform de bepalingen opgenomen in de huur/gebruiksovereenkomst tussen de stad en de betrokken vzw’ (als huurders/gebruikers van de gronden).

 

In de recreatiezones is geen gemotoriseerd verkeer toegestaan, met uitzondering van gemotoriseerd verkeer voor het onderhoud van deze zones. Het permanent stationeren van voertuigen is niet toegelaten. Voetwegen al dan niet in combinatie met onderhoudswegen mogen in het recreatiegebied worden aangelegd in functie van de recreatie, het verbinden van de recreatieve voorzieningen of het onderhoud van het gebied.

 

 

6.1.3. Bebouwing in recreatiezone

 [image]

Bebouwing is enkel toegelaten in de daarvoor op bestemmingsplan aangeduide zones.

De niet bebouwde oppervlakte binnen de gearceerde zones kan integraal verhard worden.

 

De bebouwingswijze wordt als volgt per bouwzone gespecifieerd:

 

● In de recreatiezone P kan de bouwzone p1 volledig bebouwd worden (maximale bebouwingscoëfficiënt is 100%) en de V/T-index bedraagt in deze bouwzone 2.

Er worden maximaal 2 bouwlagen toegestaan, de maximum bouwhoogte bedraagt 7m.

In principe zijn alle materialen toelaatbaar indien ze constructief en esthetisch, zowel voor het betreffende gebouw als voor de omgeving, verantwoord zijn. Een overmatige verscheidenheid van materialen en kleuren dient vermeden te worden. Zichtbaar verwerkte snelbouwstenen en betonblokken zijn niet toegelaten als gevelmaterialen.

De dakvorm is vrij. Als dakbedekking worden geen golfplaten toegelaten.

 

● In de recreatiezone O kan de bouwzone o1 slechts gedeeltelijk bebouwd worden, de maximale bebouwingscoëfficiënt bedraagt 50%. De V/T-index bedraagt in deze bouwzone 0,5. Er kunnen binnen de bouwzone meerdere bouwvolumes voorzien worden, maar de grondoppervlakte van een bouwvolume mag maximum 20m² bedragen.

Er wordt maximaal 1 bouwlaag toegestaan, de maximum bouwhoogte bedraagt 3,5m.

De dakvorm wordt beperkt tot een schuin dak met helling 40°.

De gebouwen worden opgetrokken in hout en/of glas.

 

● In de recreatiezone Q kan de bouwzone q1 volledig bebouwd worden (maximale bebouwingscoëfficiënt is 100%) en de V/T-index bedraagt in deze bouwzone 2.

Er worden maximaal 2 bouwlagen toegestaan, de maximum bouwhoogte bedraagt 7m. In principe zijn alle materialen toelaatbaar indien ze constructief en esthetisch, zowel voor het betreffende gebouw als voor de omgeving, verantwoord zijn. Een overmatige verscheidenheid van materialen en kleuren dient vermeden te worden. Zichtbaar verwerkte snelbouwstenen en betonblokken zijn niet toegelaten als gevelmaterialen.

De dakvorm is vrij. Als dakbedekking worden geen golfplaten toegelaten.

 

● In de recreatiezone N kan de bouwzone n1 volledig bebouwd worden (maximale bebouwingscoëfficiënt is 100%), de bouwzone n2 kan slechts gedeeltelijk bebouwd worden (maximale bebouwingscoëfficiënt is 50%).

Voor de bouwzone n1 bedraagt de V/T-index 2.

Er worden maximaal 2 bouwlagen toegestaan, de maximum bouwhoogte bedraagt 7m.

In principe zijn alle materialen toelaatbaar indien ze constructief en esthetisch, zowel voor het betreffende gebouw als voor de omgeving, verantwoord zijn. Een overmatige verscheidenheid van materialen en kleuren dient vermeden te worden. Zichtbaar verwerkte snelbouwstenen en betonblokken zijn niet toegelaten als gevelmaterialen.

De dakvorm is vrij. Als dakbedekking worden geen golfplaten toegelaten.

Voor de bouwzone n2 bedraagt de V/T-index 0,5. Er kunnen binnen de bouwzone meerdere bouwvolumes voorzien worden, maar de grondoppervlakte van een bouwvolume mag maximum 20m² bedragen.

Er wordt maximaal 1 bouwlaag toegestaan, de maximum bouwhoogte bedraagt 3,5m. De dakvorm wordt beperkt tot een schuin dak met helling 40°.

De gebouwen worden opgetrokken in hout en/of glas.

 

7. ZONE VOOR GEMEENSCHAPSVOORZIENINGEN

 

 [image]

7.1.1. Bestemmingen

 

In hoofdbestemming:

 

● Land- en tuinbouwzone voor openbaar nut (aanleg en onderhoud openbare parken, openbaar domein,...).

Hieronder wordt verstaan: kwekerij, plantage, tijdelijke opslag en verkleinen van snoeiafval, opslag van plantmateriaal, aarde, meststoffen,... en alle bijhorende constructies (gebouwen en verhardingen) noodzakelijk voor de uitoefening van de activiteiten, zoals bvb. dienst- en personeelsgebouwen, serres, opslagplaatsen, verharde zones,... .

 

● Recycleren van afval.

Hieronder wordt verstaan: recyclagecentrum en alle bijhorende constructies (gebouwen en verhardingen) noodzakelijk voor de uitoefening van deze activiteit, zoals bvb. dienstgebouwen, opslagplaatsen en andere constructies voor de opslag van afvalrecipiënten en ander materiaal/materieel.

 

In nevenbestemming:

 

● constructies voor nutsvoorzieningen, zoals bvb. hoogspanningscabine.

● constructies en/of installaties voor zuivering, zoals bvb. een rietkraag

● parkeerterreinen.

 

De oppervlakte van deze nevenbestemming bedraagt circa 5% van de totale terreinoppervlakte van deze zone voor gemeenschapsvoorzieningen.

 

 

7.1.2. Bebouwing

 

Type bebouwing

Vrijstaande, gegroepeerde en/of aaneengesloten bebouwing.

 

 

Maximale bebouwing

De maximale bebouwingscoëfficiënt bedraagt 30% van de totale oppervlakte. De maximale V/T-index bedraagt 0,25. De maximale infrastructuurbezetting (toegangswegen, circulatiewegen, terreinverhardingen, parkeerterreinen en toegangen tot gebouwen) bedraagt 40% van de totale oppervlakte.

 

 

Bouwhoogte

De bouwhoogte wordt beperkt tot maximaal 2 bouwlagen en een maximum totale bouwhoogte van 9m, uitgezonderd en in beperkte mate constructieve elementen die deel uitmaken van de gebouwen.

 

 

Materiaalgebruik en dakvorm

 

Personeelsgebouwen en bergplaatsen:

Daken zijn hellend of plat, in harmonie met de reeds bestaande bebouwing. De gevels en daken dienen opgetrokken te worden in degelijke en duurzame materialen en in harmonie met de reeds bestaande bebouwing. Voor gevels komen materialen in aanmerking zoals hout, baksteen, staal, beton, glas, plaatmaterialen,... . Voor hellende daken komen materialen in aanmerking zoals pannen, leien,... .

 

Technische gebouwen, technische constructies en afdaken:

Daken zijn hellend of plat, eigen aan het type constructie of eigen aan het gebruik. De gebruikte materialen dienen constructief verantwoord te zijn of eigen aan het type constructie of eigen aan het gebruik, zoals staal, beton, hout, aluminium, glas,... .

 

 

Afsluitingen

Langs de terreingrenzen is geplastificeerde draadafsluiting van 1,8m hoogte toegelaten.

 

 

Niet-bebouwde ruimte

De minimale niet-bebouwde en niet-verharde oppervlakte bedraagt 30% van de totale oppervlakte . Bij de realisatie van parkeerplaatsen en parkeerterreinen wordt per 5 parkeerplaatsen de oppervlakte van 1 parkeerplaats aan aanplantingen en groenvoorziening opgelegd. De groenoppervlakte dient verspreid over het totaal aantal plaatsen te worden aangelegd. Langsheen de Neerlandweg mag haaks op de weg geparkeerd worden.

8. ZONE VOOR WONINGEN IN DE RAND

 [image]

8.1.1. Bestemmingen

 

In hoofdbestemming:

 

ééngezinswoningen in groepen

● meergezinswoningen

 

In nevenbestemming:

 

● vrije beroepen

● buurtwinkels

● horeca

 

Verboden bestemmingen:

 

● verzorgende of ambachtelijke bedrijven

● diensten en gemeenschapsvoorzieningen

 

 

8.1.2. Bebouwing

 [image]

Bouwstroken en voortuinstroken

Bebouwing is enkel toegestaan binnen de grafisch aangegeven ‘bouwstroken’.

De stroken tussen de openbare wegenis en de aangegeven bouwstroken dienen ingericht te worden als voortuinen. Maximaal 50% van deze voortuinstroken kan verhard worden. De materialen van de verharde oppervlakte dienen waterdoorlatend te zijn. Binnen deze stroken zijn geen vaste construsties toegestaan. Er mogen levende hagen, al dan niet in combinatie met draadafsluitingen, worden aangebracht. De maximale hoogte van deze afsluitingen bedraagt 1m.

 

Bouwdiepte

De minimale bouwdiepte bedraagt 8m.

De maximale bouwdiepte bedraagt:

- de diepte van de bouwstrook voor het gelijkvloers

- 12m voor de verdiepingen.

 

Bouwhoogte

Maximaal 3 bouwlagen.

Kroonlijsthoogte: - minimaal 6m

- maximaal 10,5m.

 

Dakhelling en nokhoogte

Hoofdgebouw

Platte en hellende daken zijn toegelaten. Ronde daken zijn niet toegelaten.

Indien een hellend dak wordt voorzien, is het toegestaan een deel van de woning in de dakruimte te voorzien. De nokhoogte mag variëren tussen de kroonlijsthoogte en 6m boven de kroonlijsthoogte.

Aanbouwen

Platte daken zijn verplicht.

 

 

Materialen

Gevels

Alle definitief zichtbaar blijvende delen van gebouwen, bijgebouwen, aanhorigheden of gelijk welke andere constructie moeten als voorgevel behandeld worden voor wat betreft de keuze van materialen en de afwerking. In principe zijn alle gevelmaterialen toelaatbaar indien ze constructief en esthetisch, zowel voor het betreffende gebouw als voor de omgeving, verantwoord zijn. Zichtbaar verwerkte snelbouwstenen en betonblokken zijn niet toegelaten. Een overmatige verscheidenheid van materialen en kleuren, zowel voor één gebouw als binnen de volledige zone, dient vermeden te worden.

Daken

De materialen moeten in harmonie zijn met deze van de bebouwde omgeving in het algemeen en in het bijzonder met deze van de naburige gebouwen. Bij hellende daken is roofing in banan niet toegestaan.

 

Parkeergelegenheid

 [image]

Parkeergelegenheden worden inpandig in het hoofdvolume voorzien. Per bouwvolume wordt het aantal toegangen tot de parkeergelegenheden beperkt tot 2 toegangen. Enkel in de daarvoor aangeduide zones worden afzonderlijke parkeerboxen buiten het hoofdvolume toegestaan.

 

Watertoets

Nuttige kelderruimte met opslag van brandstoffen of andere milieuschadelijke stoffen, verwarmingsinstallaties of elektrische installaties en ondergrondse garages zijn niet toegestaan.

 

 

8.1.3. Onbebouwde ruimte

 

De onbebouwde oppervlakte wordt aangewend voor terrassen, tuinen en groenvoorzieningen. Het natuurlijke peil van de grond mag niet worden gewijzigd op minder dan 3m afstand van de eigendomsgrenzen.

 

De groenterreinindex van de onbebouwde ruimte is minimaal 0,8.

 

Het optrekken van bergplaatsen en tuinhuisjes is toegelaten, indien deze niet groter dan 30m² zijn. Deze constructies mogen niet aansluitend op het hoofdgebouw opgetrokken worden. Tussen de achtergevel van het hoofdgebouw en de constructie dient een minimale afstand van 10m gerespecteerd te worden. De afstand tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt minimaal 2m. T.o.v. de achterste perceelsgrens dient een minimumafstand van 5m gerespecteerd te worden. Per perceel is slechts één constructie toegelaten. De bergplaatsen en tuinhuisjes kunnen wel gegroepeerd worden. In dit geval mogen ze, mits akkoord en gemeenschappelijke aanvraag van de aanpalende (mede)-eigenaars, op de eigendomsgrenzen gebouwd worden. Zij worden dan tevens verplichtend opgericht op eenzelfde bouwlijn en met eenzelfde dakvorm.

De hoogte bedraagt maximum 3m. De dakvorm is vrij.

De materiaalkeuze dient in harmonie te zijn met deze van het hoofdgebouw en bij voorkeur worden duurzame materialen gebruikt.

 

Er mogen levende hagen, al dan niet in combinatie met draadafsluitingen, worden aangebracht in functie van het garanderen van de privacy van de bewoners. De hoogte van de hagen en draadafsluitingen bedraagt maximaal 1,80m. Gesloten muurconstructies of afsluitingen zijn niet toegelaten.

 

De materialen van de verharde oppervlakte (terrassen) dienen waterdoorlatend te zijn.

9. ZONE VOOR WONINGEN IN HET GROEN

 

9.1.1. Bestemmingen

 [image]

 

In hoofdbestemming:

 

● ééngezinswoningen

● meergezinswoningen

 

In nevenbestemming:

 

vrije beroepen

● buurtwinkels

● horeca

 

Verboden bestemmingen:

 

● verzorgende of ambachtelijke bedrijven

● diensten en gemeenschapsvoorzieningen

 

9.1.2. Bebouwing

 

 [image]

Bouwstroken en voortuinstroken

De gebouwen dienen binnen de grafisch aangegeven bouwstroken ingeplant te worden. De stroken tussen de openbare wegenis en de bouwstroken dienen ingericht te worden als voortuin. Maximaal 50% van deze voortuinstroken kan verhard worden. De materialen van de verharde oppervlakte dienen waterdoorlatend te zijn. Binnen deze stroken zijn geen vaste construsties toegestaan. Er mogen levende hagen, al dan niet in combinatie met draadafsluitingen, worden aangebracht. De maximale hoogte van deze afsluitingen bedraagt 1m.

Bij de inplanting van de gebouwen dient het natuurlijke niveau van het terrein gerespecteerd.

 

Bouwdiepte

De minimale bouwdiepte bedraagt 8m.

De maximale bouwdiepte bedraagt:

- de diepte van de bouwstrook voor het gelijkvloers

- 12m voor de verdiepingen.

 

Bouwhoogte

Maximaal 3 bouwlagen.

Kroonlijsthoogte: - minimaal 6m

- maximaal 10,5m.

 

Dakhelling en nokhoogte

Hoofdgebouw

Platte en hellende daken zijn toegelaten. Ronde daken zijn niet toegelaten.

Indien een hellend dak wordt voorzien, is het toegestaan een deel van de woning in de dakruimte te voorzien. De nokhoogte mag variëren tussen de kroonlijsthoogte en 8m boven de kroonlijsthoogte.

Aanbouwen

Platte daken zijn verplicht.

 

 

Materialen

Gevels

Alle definitief zichtbaar blijvende delen van gebouwen, bijgebouwen, aanhorigheden of gelijk welke andere constructie moeten als voorgevel behandeld worden voor wat betreft de keuze van materialen en de afwerking. In principe zijn alle gevelmaterialen toelaatbaar indien ze constructief en esthetisch, zowel voor het betreffende gebouw als voor de omgeving, verantwoord zijn. Zichtbaar verwerkte snelbouwstenen en betonblokken zijn niet toegelaten. Een overmatige verscheidenheid van materialen en kleuren, zowel voor één gebouw als binnen de volledige zone, dient vermeden te worden.

Daken

De materialen moeten in harmonie zijn met deze van de bebouwde omgeving in het algemeen en in het bijzonder met deze van de naburige gebouwen. Bij hellende daken is roofing in banan niet toegestaan.

 

Parkeergelegenheid

Parkeergelegenheden worden inpandig in het hoofdvolume voorzien. Per bouwvolume wordt het aantal toegangen tot de parkeergelegenheden beperkt tot 2 toegangen.

 

Watertoets

Nuttige kelderruimte met opslag van brandstoffen of andere milieuschadelijke stoffen, verwarmingsinstallaties of elektrische installaties en ondergrondse garages zijn niet toegestaan.

 

 

9.1.3. Onbebouwde ruimte

 

De onbebouwde oppervlakte wordt aangewend voor terrassen, tuinen en groenvoorzieningen. Het natuurlijke peil van de grond mag niet worden gewijzigd op minder dan 3m afstand van de eigendomsgrenzen.

 

De groenterreinindex van de onbebouwde ruimte is minimaal 0,8.

 

Het optrekken van bergplaatsen en tuinhuisjes is toegelaten, indien deze niet groter dan 30m² zijn. Deze constructies mogen niet aansluitend op het hoofdgebouw opgetrokken worden. Tussen de achtergevel van het hoofdgebouw en de constructie dient een minimale afstand van 10m gerespecteerd te worden. De afstand tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt minimaal 2m. T.o.v. de achterste perceelsgrens dient een minimumafstand van 5m gerespecteerd te worden. Per perceel is slechts één constructie toegelaten. De bergplaatsen en tuinhuisjes kunnen wel gegroepeerd worden. In dit geval mogen ze, mits akkoord en gemeenschappelijke aanvraag van de aanpalende (mede)-eigenaars, op de eigendomsgrenzen gebouwd worden. Zij worden dan tevens verplichtend opgericht op eenzelfde bouwlijn en met eenzelfde dakvorm.

De hoogte bedraagt maximum 3m. De dakvorm is vrij.

De materiaalkeuze dient in harmonie te zijn met deze van het hoofdgebouw en bij voorkeur worden duurzame materialen gebruikt.

 

Er mogen levende hagen, al dan niet in combinatie met draadafsluitingen, worden aangebracht in functie van het garanderen van de privacy van de bewoners. De hoogte van de hagen en draadafsluitingen bedraagt maximaal 1,80m. Gesloten muurconstructies of afsluitingen zijn niet toegelaten.

 

De materialen van de verharde oppervlakte (terrassen) dienen waterdoorlatend te zijn.

10. ZONES VOOR GESTAPELDE WONINGEN

 [image]

10.1.1. Bestemmingen

 

In hoofdbestemming:

 

● meergezinswoningen (appartementen of duplexappartementen)

 

In nevenbestemming:

 

vrije beroepen

● buurtwinkels

● horeca

● diensten

 

Verboden bestemmingen

 

● verzorgende en ambachtelijke bedrijven

● gemeenschapsvoorzieningen

● ééngezinswoningen

 

 

10.1.2. Bebouwing

 

Inplanting van de gebouwen

In de zones A1, A2, B1 en C1 geldt de bestemmingsgrens langsheen de Krijgslaan als verplichte bouwlijn. In de zone C1 dient ten opzichte van de bestemmingsgrens met de aangrenzende zone voor aaneengesloten bebouwing een afstand gerespecteerd te worden minimaal gelijk aan de bouwhoogte (45°-regel).

In de zone A3 dient ten opzichte van de bestemmingsgrens met de aangrenzende zone voor geclusterde woningen een minimumafstand van 8m gerespecteerd te worden.

De inplanting van de gebouwen binnen de zones D1, D2 en D3 is vrij. In deze zones dient ten opzichte van de bestemmingsgrens met de aangrenzende zones voor geclusterde woningen een minimumafstand van 8m gerespecteerd te worden.

 

 

Bebouwingscoëfficiënten en bouwhoogte

De maximaal toegelaten bouwvolumes worden per zone bepaald door de vloerterreinindex
(V/T), de openruimteindex (O/T) en de maximaal toegelaten bouwhoogte (H).

 

Zone

T (ha)

V/T

O/T

H (m)

aantal bouwlagen onder kroonlijst

A1

0,1806

4,65

0,24

24,5

7

A2

0,1419

3,38

0,14

17,5

5

A3

0,1034

1,62

0,59

14

4

B1

0,3130

2,75

0,33

17,5

5

C1

0,2900

2,04

0,56

17,5

5

D1

0,2961

2,05

0,57

21

6

D2

0,1080

1,69

0,58

14

4

D3

0,1248

2,54

0,34

14,

4

 

T = de grondoppervlakte van de bestemmingszone.

V = de maximaal realiseerbare vloeroppervlakte

O = de niet-bebouwbare grondoppervlakte

H = maximaal toegelaten bouwhoogte

(= kroonlijsthoogte in m)

 

Boven de kroonlijsthoogte is het toegestaan een technische verdieping te voorzien. Deze bouwlaag is maximaal 3m hoog en dient ten opzichte van alle gevels 4m achteruit te springen.

 

 

 

Bouwdiepte

Teneinde de leefkwaliteit van de woningen te garanderen dient de bouwdiepte van de bouwvolumes en wooneenheden zodanig gekozen te worden dat in alle leefruimten optimale lichtinval en verluchting gecreëerd kan worden.

 

 

Dakvorm

Enkel platte daken zijn toegestaan. De daken worden uitgevoerd als groene daken. Het is toegestaan delen van deze daken in te richten als dakterrassen.

 

 

Materialen

Alle definitief zichtbaar blijvende delen van gebouwen of gelijk welke andere constructie moeten als voorgevel worden behandeld voor wat betreft de keuze van materialen en de afwerking.

In principe zijn alle gevelmaterialen toegelaten indien ze constructief en esthetisch, zowel voor het betreffende gebouw als voor de omgeving, verantwoord zijn. Zichtbaar verwerkte snelbouwstenen en betonblokken zijn niet toegelaten.

Een overmatige verscheidenheid van materialen en kleuren, zowel voor één gebouw als binnen de volledige bestemmingszone, dient vermeden te worden. De bouwvolumes binnen elke zone dienen als één architectonisch geheel over te komen.

 

 

Uitsprongen uit de gevels

Uitsprongen uit de gevelvlakken voor erkers of balkons zijn toegestaan. De uitsprongen hebben een maximale diepte van 1m. De uitsprongen dienen tevens een minimale afstand van 1m ten opzichte van de hoeken van het bouwvolume te respecteren. Bij toepassing van erkers mag per gevel de uitgesprongen geveloppervlakte in totaal niet meer dan 1/3 van het totale gevelvlak bedragen.

 

 

Parkeergelegenheid

Per wooneenheid dient minimum één parkeergelegenheid voorzien te worden. Voor de zones A1, A2, A3 en B1 dienen de parkeergelegenheden in een ondergrondse parking, gekoppeld aan het bouwvolume, voorzien te worden. In de zones C1, D1, D2 en D3 zijn omwille van de waterhuishoudingsproblematiek geen ondergrondse parkeergarages toegestaan en dienen de parkeergelegenheden bovengronds en inpandig voorzien te worden. In alle zones dienen de toegangen tot de parkeergarages geïntegreerd te worden in de bouwvolumes. ‘Gapende’ toegangen los van de bouwvolumes worden niet toegestaan. Per bouwvolume wordt het aantal toegangen tot de parkeergarages beperkt tot maximaal 4 toegangen.

 

Watertoets

Het is toegestaan kelderruimten te voorzien, uitgezonderd indien deze benut worden voor de opslag van brandstoffen of andere milieuschadelijke stoffen of de plaatsing van verwarmingsinstallaties of elektrische installaties.

Het hemelwater dient binnen de zones opgevangen en gebufferd te worden, bij voorkeur in een open systeem met maximale infiltratie. Er dienen tevens maatregelen getroffen te worden om bij overcapaciteit het water gecontroleerd te laten afvloeien naar het centrale groengebied of via een gescheiden rioleringsstelsel naar het oppervlaktewater. De wateropvang en -buffering dienen landschappelijk geïntegreerd te worden.

 

 

 

10.1.3. Onbebouwde ruimte

 

De onbebouwde oppervlakte wordt aangewend voor lokale ontsluiting van de individuele bouwvolumes of wooneenheden, voor terrassen, tuinen en groenvoorzieningen.

 

De onbebouwde ruimte mag in alle zones opgedeeld worden in meerdere, door bebbouwing van elkaar gescheiden, deelruimten. Deze deelruimten hebben echter steeds als minimale afmetingen 10mx17m. Ingeval er gevels met terrassen op deze open ruimte uitgeven, dienen de afmetingen vergroot te worden tot 12x20m.

 

De groenterreinindex van de onbebouwde ruimte bedraagt minimaal 0,5. De materialen van de verharde oppervlakte dienen waterdoorlatend te zijn.

 

Bij grondgebonden wooneenheden kan de aanpalende onbebouwde ruimte worden aangewend als private tuin voor de bewoners van het gelijkvloers. Terrassen moeten aansluiten bij de bebouwing en mogen slechts 50% van de oppervlakte van de individuele tuinen innemen. Er mogen levende hagen, al dan niet in combinatie met draadafsluitingen, worden aangebracht. De hoogte van de hagen en draadafsluitingen bedraagt maximaal 1,80m. Gesloten muurconstructies of afsluitingen zijn niet toegelaten. Bergplaatsen en tuinhuisjes zijn toegelaten voor zover zij beantwoorden aan de bepalingen van niet-vergunningsplichtige constructies.

 

11. ZONES VOOR GECLUSTERDE WONINGEN

 [image]

11.1.1. Bestemmingen

 

In hoofdbestemming:

 

● ééngezinswoningen (rijwoningen, koppelwoningen of patiowoningen)

Voor elke deelzone (A4, A5, A6, A7, A8, A9, D4, D5,D6 en D7) is de typologie van de eerste woning bepalend voor de typologie van de andere woningen binnen de betreffende deelzone.

 

In nevenbestemming:

 

vrije beroepen

● buurtwinkels

● horeca

● diensten

 

Verboden bestemmingen

 

● verzorgende en ambachtelijke bedrijven

● gemeenschapsvoorzieningen

● meergezinswoningen

 

 

11.1.2. Bebouwing

 

Verkavelingsvoorschriften

De maximum toegelaten oppervlakte per individuele kavel bedraagt 300m².

 

 

Inplanting van de gebouwen

In alle zones dienen te wooneenheden minimaal per twee geclusterd te worden. Vrijstaande woningen zijn niet toegelaten.

In de zones A4, A5 en A6 dienen op de bestemmingsgrens langsheen de Krijgslaan verplicht woningen ingeplant te worden. De inplanting van bijkomende woningen binnen de zones A4 en A5 dient te gebeuren op de achterste bestemmingsgrens (aansluitend op de nieuwe openbare wegenis).

De inplanting van de woningen binnen de zones A7, A8, A9, D4, D5, D6 en D7 is vrij. In de zones D4, D5, D6 en D7 dient ten opzichte van de bestemmingsgrens met de aangrenzende zones voor gestapelde woningen een minimumafstand van 3m gerespecteerd te worden.

 

 

Bebouwingscoëfficiënten en bouwhoogte

De maximaal toegelaten bouwvolumes worden per zone bepaald door de vloerterreinindex (V/T), de openruimteindex (O/T) en de maximaal toegelaten bouwhoogte (H).

 

Zone

T (ha)

V/T

O/T

H (m)

aantal bouwlagen onder kroonlijst

A4

0,0932

1,01

0,49

7

2

A5

0,0997

0,99

0,50

7

2

A6

0,0987

1,04

0,48

7

2

A7

0,1771

1,51

0,40

10,5

3

A8

0,1740

1,43

0,38

10,5

3

A9

0,1596

1,81

0,34

10,5

3

D4

0,3784

0,89

0,62

7

2

D5

0,1275

0,88

0,56

7,

2

D6

0,1425

0,52

0,47

7

2

D7

0,0600

0,88

0,56

7

2

 

T = de grondoppervlakte van de bestemmingszone.

V = de maximaal realiseerbare vloeroppervlakte

O = de niet-bebouwbare grondoppervlakte

H = maximaal toegelaten bouwhoogte

(= kroonlijsthoogte in m)

 

Bouwdiepte

In alle zones bedraagt de maximale bouwdiepte 15m.

 

 

Dakvorm

Platte en schuine daken zijn toegestaan. Ronde daken zijn niet toegelaten. De platte daken worden uitgevoerd als groene daken.

 

 

Materialen

Alle definitief zichtbaar blijvende delen van gebouwen of gelijk welke andere constructie moeten als voorgevel worden behandeld voor wat betreft de keuze van materialen en de afwerking.

In principe zijn alle gevelmaterialen toegelaten indien ze constructief en esthetisch, zowel voor het betreffende gebouw als voor de omgeving, verantwoord zijn. Zichtbaar verwerkte snelbouwstenen en betonblokken zijn niet toegelaten.

Een overmatige verscheidenheid van materialen en kleuren, zowel voor één gebouw als binnen de volledige bestemmingszone, dient vermeden te worden.

 

 

Uitsprongen uit de gevels

Uitsprongen uit de gevelvlakken voor erkers of balkons zijn niet toegestaan.

 

 

Parkeergelegenheid

Per wooneenheid dient minimum één parkeergelegenheid voorzien te worden. De parkeergelegenheden worden inpandig voorzien. Toegangen tot de parkeergelegenheden dienen in de bouwvolumes geïntegreerd te worden.

In de zones A4, A5, A6, A7, A8 en A9 is het toegestaan de parkeergelegenheden bij de woningen te bundelen in gemeenschappelijke ondergrondse garages. Per bouwvolume is het aantal toegangen tot de parkeergelegeheden dan beperkt tot 2.

 

 

Watertoets

Het is toegestaan kelderruimten te voorzien, uitgezonderd indien deze benut worden voor de opslag van brandstoffen of andere milieuschadelijke stoffen of de plaatsing van verwarmingsinstallaties of elektrische installaties.

Het hemelwater dient binnen de zones opgevangen en gebufferd te worden, bij voorkeur in een open systeem met maximale infiltratie. Er dienen tevens maatregelen getroffen te worden om bij overcapaciteit het water gecontroleerd te laten afvloeien naar het centrale groengebied of via een gescheiden rioleringsstelsel naar het oppervlaktewater. De wateropvang en -buffering dienen landschappelijk geïntegreerd te worden.

 

 

11.1.3. Onbebouwde ruimte

 

De onbebouwde oppervlakte wordt aangewend voor lokale ontsluiting van de individuele bouwvolumes of wooneenheden, voor terrassen, tuinen en groenvoorzieningen.

 

De groenterreinindex van de onbebouwde ruimte bedraagt minimaal 0,5. De materialen van de verharde oppervlakte dienen waterdoorlatend te zijn.

 

Bij grondgebonden wooneenheden kan de aanpalende onbebouwde ruimte worden aangewend als private tuin voor de bewoners van het gelijkvloers. Terrassen moeten aansluiten bij de bebouwing en mogen slechts 50% van de oppervlakte van de individuele tuinen innemen. Er mogen levende hagen, al dan niet in combinatie met draadafsluitingen, worden aangebracht. De hoogte van de hagen en draadafsluitingen bedraagt maximaal 1,80m. Gesloten muurconstructies of afsluitingen zijn niet toegelaten. Bergplaatsen en tuinhuisjes zijn toegelaten voor zover zij beantwoorden aan de bepalingen van niet-vergunningsplichtige constructies.

 

12. SPECIFIEKE ZONES

 

12.1. ZONES MET WAARDEVOLLE ELEMENTEN

 [image]

Deze zones zijn bestemd voor het vrijwaren en versterken van ecologische, landschappelijke en/of hydrologische elementen (boomgaarden, grachten, waterbuffers,...).

 

In deze zones worden geen halfopen of gesloten verhardingen noch vaste constructies toegelaten, met uitzondering van deze constructies die vereist kunnen zijn voor het controleren van de waterhuishouding en het eventuele bufferen van overtollig hemelwater.

 

Uitgesloten tekst :

12.2. STROOK VOOR WATERVERBINDING

 [image]

Deze strook is bestemd om tussen de waterelementen (grachten en plassen) in de zone voor groen met ecologische waarde en de waterelementen (vijver) in de zone voor woningen in het groen een verbinding voor zowel ondergrondse als bovengrondse waterstromen te vrijwaren.

 

De strook voor waterverbinding heeft een minimale breedte van 6m. In deze strook zijn geen verhardingen of vaste constructies toegelaten.

 

12.3. WANDEL- EN FIETSTRACES

 [image]

De exacte locatie van de op het bestemmingsplan aangeduide wandel- en fietstracés kan, in functie van de landschappelijke kenmerken of functionaliteit afwijken ten opzichte van de aanduiding op het bestemmingsplan. Hierbij dient rekening te worden gehouden met natuurlijke gegevens zoals reliëf, aanwezige belangrijke bomen, grachten of omwille van ontwerpkundige gegevens zoals zichtlijnen, assen,... .

 

Het tracé dient te worden aangelegd in onverharde en halfverharde natuurlijke materialen. De breedte bedraagt minimaal 1,50m en maximaal 3m.

 

Gemotoriseerd verkeer is niet toegelaten, uitgezonderd gemotoriseerd dienstverkeer in functie van onderhoud van het domein.