0.02 Algemeen geldige voorschriften

 

1 Algemene bestemmingsvoorschriften

 

Zonering

De volgende zones worden onderscheiden:

Zone A voor woningen (in woonstraten)

Zone B voor woningen (in winkelstraten en centrumzones)

Zone C voor woningen (te vrijwaren gebouwen)

Zone voor gegroepeerde autobergplaatsen.

Zone voor privaat groen (open ruimte met bouwverbod)

Zone voor openbaar buurtgroen

Zone voor gemeenschapsvoorzieningen

 

Voor elk van deze zones zijn de hoofdbestemming en verschillende nevenbestemmingen bepaald, die al dan niet beperkt toegelaten worden. Deze zones zijn voor elk perceel of gedeelte van een perceel voorgesteld op het bestemmingsplan.

 

De beperkingen en voorwaarden zijn omschreven in de respectievelijke artikelen, waarvan de onderstaande tabel een schematisch overzicht weergeeft, en waarbij voor de gebruikte tekens de volgende verklaring geldt:

 

De beperkingen en voorwaarden zijn omschreven in de respectievelijke artikelen, waarvan de onderstaande tabel een schematisch overzicht weergeeft, en waarbij voor de gebruikte tekens de volgende verklaring geldt:

 

H: voorgeschreven hoofdbestemming

T: toegelaten nevenbestemming, mits opgelegde beperkingen en verplichtingen

0: niet toegelaten bestemming

Be: toegelaten nevenbestemming, alleen op benedenverdieping

1: toegelaten nevenbestemming op één verdieping, hetzij beneden-, hetzij bovenverdieping

Bu: Gemeenschapsvoorzieningen op buurtniveau toegelaten

In de op het bestemmingsplan aangeduide winkelstraten en centrumzones, mogen winkel- en horecabedrijven steeds de beneden- en de eerste bovenverdieping omvatten.

 

TABEL DER BESTEMMINGEN

 

 [image]

 

 

2 Algemene bouwvoorschriften

 

a) Algemene bepalingen

De hoogte en de diepte van de gebouwen, de gevelopbouw en gevelgeleiding, de bedaking, de aard, de toepassing en de kleur van de gevelmaterialen, de dakbedekking, de schrijnwerken, de beglazing en de buitenschilderingen moeten in harmonie zijn met het straatbeeld, d.w.z. met die huizen daarin, welke inzake harmonische samenhang gezamenlijk het talrijkst en dus kenmerkend voor de betreffende straat kunnen genoemd worden.

 

In een straat waar meer dan de helft van het aanwezig aantal huizen nieuw of onherkenbaar verbouwd zijn, zal worden nagegaan in hoever deze gezamenlijk voldoende harmonisch samenhang vertonen om zodanig wezenlijk als toonaangevend, dus zowel inzake aantal als inzake harmonie, te kunnen gelden.

Is dit voor de helft of meer huizen in die straat het geval, dan zal deze nieuwe harmonische samenhang bepalend zijn voor verdere nieuwbouw. Is dit niet voor de helft of meer huizen in die straat het geval, dan zal de harmonisch samenhang van de nog bestaande oorspronkelijke huizen bepalend zijn voor de verdere nieuwbouw en verbouwing.

b) Autobergplaatsen in de bouwvrije zijtuinstrook

De oprichting van een autobergplaats in de bouwvrije zijtuinstrook of de eerste 10 m van de strook voor binnenplaatsen en tuinen kan, indien niet op de kaart voorzien, slechts worden toegestaan op voorwaarde dat:

    1. de plaatsing op de perceelgrens van afzonderlijke bijgebouwen in het betrokken gebied is toegelaten ingevolge de voorschriften vervat in de volgende artikelen;

    2. door de aanvrager een door de eigenaar van het aanpalende perceel, op de zijgrens waarvan de autogarage zal worden opgericht, ondertekende verklaring wordt voorgelegd waaruit blijkt:

 

    • dat hij kennis heeft van het bouwplan van de aanvrager

    • dat het hem bekend is dat, bij de oprichting van een afzonderlijke autobergplaats op zijn perceel, aan hem of zijn rechtsverkrijgenden de verplichting zal worden opgelegd tot plaatsing ervan op dezelfde bouwlijn en tot uitvoering ervan in hetzelfde gevelmateriaal.

 

 

 

 

 

3 Parkeerruimten

 

A. Algemene voorschriften

  1. Binnen de grenzen van het perceel waarop een gebouw wordt opgericht of verbouwd en binnen de bouwstrook dient tegelijkertijd een parkeerruimte te worden aangelegd met een stallingscapaciteit zoals hierna bepaald onder punt 4.

 

  1. Indien het niet mogelijk of niet wenselijk is de vereiste parkeerruimte geheel of gedeeltelijk op het bouwperceel te voorzien kan, op eensluidend advies van de gemachtigde ambtenaar, door het College van Burgemeester en Schepenen vergunning worden verleend om de parkeerruimte binnen een bouwstrook aan te leggen op een perceel of te voorzien in een gebouw dat gelegen is of zich bevindt in een straal van vierhonderd meter, gemeten vanaf de grenzen van het bouwperceel, en waarover de aanvrager de beschikking heeft hetzij in eigendom, hetzij ingevolge overeenkomst zoals hierna bepaald onder B, 6, c.

 

  1. Indien de vereiste parkeerruimte, zoals bepaald onder de punten 1 en 2 hierboven, geheel of gedeeltelijk niet kan of mag worden aangelegd zal door de aanvrager een belasting of compensatoire vergoeding aan het gemeentebestuur moeten worden betaald naar rato van de ontbrekende parkeerruimte, zoals vastgesteld door de gemeenteraad en goedgekeurd door de hogere overheid.

 

  1. Bepalingen van de vereiste stallingscapaciteit:
    Deze berekeningswijze moet bij verbouwing enkel worden toegepast op de bijkomende vloeren:

 

    • woningen: te voorzien in flatgebouwen voor elke woning gelegen boven de 3e verdieping: 1 per woning;

    • kantoren, winkels, cafés, restaurants, bedrijfsgarages, werkplaatsen, ambachtelijke bedrijven, fabrieken, kleinnijverheid: 1 per 100m² vloeroppervlakte;

    • distributiecentra, hypermarkten, superbazaars, supermarkten: 1 per 10m² vloeroppervlakte;

    • bioscopen, concertzalen, schouwburgen, vergaderzalen: 1 per 10 zitplaatsen;

    • sporthal: 1 per 10 zit- of staanplaatsen;

    • hotel: 1 per 3 kamers;

    • klinieken: 1 per 4 bedden;

    • onderwijsinrichtingen: 1 per klas.

 

Indien in een pand minimum 2/3e van de gezamenlijke bruto vloeroppervlakte ingenomen wordt door woningen en indien de andere bestemmingen niet meer dan 200m² innemen, dienen er geen parkeerplaatsen voorzien te worden.

B. Opmerkingen

  1. Berekening van de vloeroppervlakte

De vloeroppervlakte wordt buitenwerks gemeten tussen de onbeklede buitenwanden van de gevelmuren van alle ruimten die kunnen worden afgesloten, zonder rekening te houden met de onderbrekingen door scheidingsmuren of verticale dienstwegen.

 

De vloeren van de lokalen die zich beneden het terreinniveau bevinden worden evenwel niet meegerekend.

 

Wat de vloeren onder het dak betreft wordt alleen het gedeelte met een binnenwerks gemeten vrije hoogte van tenminste 2,20m meegerekend.

 

  1. Minimale afmetingen van de parkeerruimte en van de toegangen

 

Opdat een stallingsplaats in aanmerking zou kunnen worden genomen bij de berekening van de stallingscapaciteit zijn de volgende minimale afmetingen vereist:

    1. voor boxengarages: 5,00m x 2,75m x 1,80m hoogte;

    2. voor afgesloten ruimten: 4,50m x 2,25m x 1,80m hoogte;

    3. voor stalling in open lucht: 5,50m x 2,50m.

 

De minimum breedte van de toegangen bedraagt 7m indien ze loodrecht op de rijrichting voorzien worden. Indien deze schuin voorzien zijn moeten ze overeenstemmen met die, aangegeven op de modellen op de figuren 1 en 2.

  1. Toegankelijkheid van de stallingsplaats

 

Elke parkeerplaats moet aan de toegangsweg grenzen. Bij wijze van uitzondering is het evenwel toegelaten bij woongebouwen parkeerplaatsen te voorzien die slechts kunnen worden ingenomen na eventuele verplaatsing van één ander autovoertuig.

  1. Voor de toepassing van het voorschrift vermeld onder letter A, punt 2, dient ermee rekening te worden gehouden dat een parkeerruimte slechts in aanmerking kan worden genomen voor zover zij nog niet werd geteld als parkeerruimte voor een ander gebouw.

 

Daarenboven moet het eventuele gebouw waarin de parkeerruimte wordt voorzien opgericht zijn overeenkomstig een bouwvergunning die na 11 november 1964 is afgegeven.

 

Gebouwen die werden opgericht overeenkomstig een bouwvergunning die afgegeven werd vóór de voormelde datum kunnen evenwel in aanmerking komen indien hun oorspronkelijke bestemming na die datum in garagebestemming werd gewijzigd.

 

De nodige bewijsstukken moeten door de aanvrager worden voorgelegd.

 

  1. De helling van een afrit naar een ondergrondse parkeerruimte mag, over een afstand van 5m, gemeten vanaf de rooilijn, niet meer dan 4% bedragen.

 

  1. Gegevens te verstrekken door de aanvrager

    1. Elke bouwaanvraag moet worden aangevuld met een berekeningsnota waaruit blijkt dat aan de vereiste stallingscapaciteit i.v.m. het bouwwerk is voldaan.

    2. Op het grondplan dat bij een bouwaanvraag is gevoegd moet de aanvrager rechthoekjes tekenen die voldoen aan de hierboven onder nr. 2 bepaalde minimale afmetingen. Op dat grondplan moeten ook de toegangen met hun afmetingen duidelijk worden getekend.

    3. Indien de aanvrager geen eigenaar is van de parkeerruimte die buiten het bouwperceel is voorzien moet bij de aanvraag een kopie van de overeenkomst worden gevoegd die afgesloten werd tussen de aanvrager en de eigenaar van de parkeerruimte overeenkomstig een der modellen onder letter D.

    4. Indien het perceel waarop de parkeerruimte zal worden aangelegd op het grondgebied van een andere gemeente ligt dan die waarop het hoofdgebouw wordt gebouwd, dient door de aanvrager een attest bij het dossier te worden gevoegd, afgegeven door het betrokken gemeentebestuur, waarbij bevestigd wordt enerzijds dat de grond nog niet als parkeerplaats is aangewend voor een ander gebouw en anderzijds dat er vanwege het gemeentebestuur geen bezwaar bestaat tegen de aanwending van het terrein als parkeerruimte.

 

  1. Kantoren voor de uitoefening van een vrij beroep

 

De vloeroppervlakte van de kantoren, studies, kabinetten, wachtkamers, enz. die deel uitmaken van een woning die gedeeltelijk bestemd is voor de uitoefening van een vrij beroep wordt geteld in de oppervlakte van de woning waartoe zij behoren; zij wordt derhalve niet als kantooroppervlakte beschouwd.

 

 

C. Afwijkingen

Op verzoek van de aanvrager kan, bij industriële of ambachtelijke gebouwen, de berekening van de vereiste parkeerruimte gebeuren naar rato van 1 parkeerplaats per 10 tewerkgestelde personen wanneer een nieuw gebouw wordt opgericht en per 10 supplementaire tewerkgestelde personen wanneer een bestaande inrichting wordt verbouwd.

 

 

 

 

fig 1 Parkeerruimte en toegangen - vakken 4,50 m x 2,25 m

 

 [image]

 

 

fig 2 Parkeerruimte en toegangen - vakken 5,50 m x 2,50 m

 

 [image]

 

 

 

4 Overeenkomst m.b.t. parkeerruimte in een gebouw

 

1. In een gebouw

Tussen

1. de heer

wonende te

eigenaar van het gebouw te

kadastraal bekend

opgericht overeenkomstig de bouwvergunning

afgegeven op door het College van Burgemeester en schepenen
van en bevattend (1)
parkeerplaatsen, die nog niet werden in aanmerking genomen als
parkeerruimte om te voldoen aan de door de bevoegde overheid
terzake gestelde eisen;

 

verder partij enerzijds genoemd;

 

2. en de heer

wonende te

bouwheer van (2)

op het terrein gelegen

kadastraal bekend

 

verder partij anderzijds genoemd;

Wordt het volgende overeengekomen

 

  1. de parkeerplaatsen op het bijgaand plan genummerd van tot worden door de partij enerzijds ter beschikking gesteld van de partij anderzijds, om te dienen als parkeerruimte ten behoeve van het gebouw
    dat door de partij anderzijds wordt opgericht;

 

  1. de partij enerzijds verbindt zich ertoe voor haar en voor haar rechthebbenden en rechtverkrijgende de voormelde parkeerplaatsen niet meer in aanmerking te brengen als parkeerruimte voor andere gebouwen, waarvoor het bestaan van parkeerplaatsen door de bevoegde overheid als voorwaarde wordt gesteld tot het bekomen van de bouwvergunning;

 

  1. de partij anderzijds verbindt zich ertoe in de verkoop- of verhuurakten van het geheel of van een gedeelte van het op te richten gebouw, een clausule in te lassen, waarbij de eigenaar of huurder in kennis wordt gesteld van onderhavige overeenkomst.

 

 

Gedaan te , de

de partij enerzijds, de partij anderzijds,

 

 

Opgemaakt in drie originelen waarvan één kosteloos ter beschikking wordt gesteld van het College van Burgemeester en Schepenen.

--------------------------------------------------------------------------------

(1) aantal

(2) bestemming van het gebouw, o.m. huis, flatgebouw, winkelhuis

2. Op een terrein

Tussen

1. de heer

wonende te

eigenaar van het perceel te

kadastraal bekend

en geschikt voor het plaatsen van (1)
personenwagens, zoals aangegeven op bijgaand plan, en die nog niet
werden in aanmerking genomen als parkeerruimte om te voldoen aan de
door de bevoegde overheid ter zake gestelde eisen;

 

verder partij enerzijds genoemd;

 

2. en de heer

wonende te

bouwheer van (2)

op het terrein gelegen

kadastraal bekend

 

verder partij anderzijds genoemd;

 

Wordt het volgende overeengekomen

 

  1. de parkeerplaatsen op het bijgaand plan genummerd van tot worden door de partij enerzijds onherroepelijk ter beschikking gesteld van de partij anderzijds, om te dienen als parkeerruimte ten behoeve van het gebouw
    dat door de partij anderzijds wordt opgericht;

 

  1. de partij enerzijds verbindt zich ertoe voor haar en voor haar rechthebbenden en rechtverkrijgende de voormelde parkeerplaatsen niet meer in aanmerking te brengen als parkeerruimte voor andere gebouwen, waarvoor het bestaan van parkeerplaatsen door de bevoegde overheid als voorwaarde wordt gesteld tot het bekomen van de bouwvergunning;

 

  1. de partij anderzijds verbindt zich ertoe in de verkoop- of verhuurakten van het geheel of van een gedeelte van het op te richten gebouw, een clausule in te lassen, waarbij de eigenaar of huurder in kennis wordt gesteld van onderhavige overeenkomst.

 

 

Gedaan te , de

de partij enerzijds, de partij anderzijds,

 

Opgemaakt in drie originelen waarvan één kosteloos ter beschikking wordt gesteld van het College van Burgemeester en Schepenen.

--------------------------------------------------------------------------------

(1) aantal

(2) bestemming van het gebouw, o.m. huis, flatgebouw, winkelhuis